|
Aforismen van Vestdijk
Tegenover Nol Gregoor
noemde Vestdijk zichzelf een ‘aforistisch psycholoog’ met een
‘aforistische stijl’. Een aforisme is een korte, pittige spreuk (Van Dale)
of een kernachtige spreuk die een levenswijsheid bevat (Letterkunde: 2500
begrippen).
Zelf zag hij in aforismen of spreuken ‘een vluchtige
beroering met iets dat tot de verbeelding spreekt’ en wel op een
‘oppervlakkig-diepzinnige wijze’; het werkt ‘als een stimulans’ dat een
‘een kort, heftig genot’ oplevert. (Kennen en genieten in
Essays in duodecimo)
Dit alles in achtnemend, heb ik –met voorbijgaan aan
de dichter Vestdijk- de volgende, en ongetwijfeld nog onvolledige
verzameling aforismen samengesteld.
Wilbert van Walstijn
1.
Het eeuwige telaat
“Alles wat de mens (...) over de tijd zou
kunnen beweren, staat onherroepelijk in het teken van het telaat, want
alleen omdat wij het telaat hebben leren kennen, is de tijd onze realiteit
binnengetreden, en een andere realiteit dan de onze kennen we niet.”
“Eeuwigheid, in de zin van tijdeloosheid,
wil niets anders zeggen dan dat men vriendschap met de tijd gesloten
heeft, dat men zich niet meer door de tijd belaagd voelt.”
2. De
toekomst der religie
“Bijgeloof is geloof zonder religieuze
betekenis.”
“Wonderlijk, irrationeel en paradoxaal
namelijk is het gehele leven, op ieder moment, en in al zijn
manifestaties.”
“Het onbewuste zieleleven van de mens is
zo koppig als een muilezel.”
”Want een ideaal
stellen wij niet om het te bereiken of zelfs maar te benaderen,
maar om er ons leven naar te richten, zoals de magneetnaald zich richt
naar de noordpool die door deze naald al evenmin bereikt of benaderd
wordt.”
“De kinderen voeden de volwassenen op tot ware volwassenheid.”
3. Het
wezen van de angst
“Een vooropgestelde methode is vaak
alleen maar een sta in de weg.”
“Het ‘algemene’ is onaantastbaar, al was
het alleen maar omdat men iemand, die algemeenheden verkondigt, niet
tegenspreken kan (of wil).”
“Want het individuele is
onvergelijkelijk, onherhaalbaar, onverwisselbaar en onuitwisselbaar,
d.w.z. in strikte zin ‘onkenbaar’.”
“Dank zij de angst leren wij onszelf
kennen.”
3. De
zieke mens in de romanliteratuur
“Een traditionele, vooral op de praktijk
gerichte opvatting stelt de zieke boven de ziekte –de mens boven het
medisch etiket (…).”
“Het is heel goed mogelijk, dat ziekte
niet zozeer een stoornis is als wel een overdrijving van normale
levensprocessen, die het organisme de gelegenheid bieden zich in deze
processen te oefenen.”
4.
Essays in duodecimo
“Het is een tragedie op zichzelf, te zien
hoe weinig wij in staat zijn te leven naar de idealen die wij ons stellen
of die ons voorgehouden worden.” (Drukkende
idealen)
“Woorden zijn de meest gewetenloze
bedriegers die er bestaan, maar bedriegers waar wij op aangewezen zijn, en
die wij steeds weer ons vertrouwen schenken.” (Drukkende
idealen)
“In het algemeen houdt de historicus zich
te veel met feiten bezig, te weinig met mogelijkheden.” (Historische
contingentie)
"Hoe ouder de mens wordt, des te meer
wordt zijn verleden van werkelijke gebeurlijkheden geschaduwd door een
verleden van gemiste of althans niet benutte kansen." (Historische contingentie)
“De historische roman is de zondeval van
de schrijversziel die door het verleden bezeten is, en dus als genre
onvermijdelijk.” (De betovering van
het verleden)
“Gewoonlijk onstaat de roem uit een
surplus aan bewonderend betoog, dat niet-bewonderaars moet overtuigen.” (Roem en waardering)
“De droom is een geschenk.” (Kunst en droom)
"De kunstenaar ondergaat niet de droom,
maar schept hem.” (Kunst en droom)
“Kunstgenot heeft niets met ‘kennis’ te
maken.” (Kennen en genieten)
“De vluchtige beroering met iets dat tot
onze verbeelding spreekt is een beter tonicum
voor ons psychisch gestel dan een diep borend en alzijdig
onderzoek” (Kennen en genieten)
“De duivel is een ‘deus inversus’, een
omgekeerde God.” (Het principe van
het kwaad)
“Humor is geen Hoge Kunst” (Humor in de literatuur)
"Lachen is beweging, - de meeste mensen
missen de innerlijke vrijheid, de royaliteit en de durf om te lachen, waar
dit niet duidelijk voorgeschreven is." (Humor
in de literatuur)
5. De
leugen is onze moeder
“De leugen is niet weg te denken uit het
leven.” (De leugen is onze moeder)
“De metafysische leugen is de enige
leugen, die niet weerlegd kan worden.” (De
leugen is onze moeder)
“Breng veel mensen op een beperkte ruimte
samen, en op straffe van ondergang zijn zij op redelijkheid aangewezen.” (De
leugen is onze moeder)
"De leugen - paradoxaal uitgedrukt - valt
niet altijd samen met het niet voldoen aan wat de verstandelijke waarheid
van ons eist." (De leugen is onze
moeder)
“De mens maakt romans, omdat hij een mens
is, en de aandriften om het te doen zijn zijn eigen diepste aandriften,
die hij in laatste instantie met geen ander individu gemeen heeft. Dit is
het ‘lyrische beginsel’ van de roman.” (Het
lyrisch beginsel van de roman)
“Lieden met aanleg voor vervolgingswaanzin moeten nooit
schrijver worden.” (Mijn betrekkingen tot
Nijgh en van Ditmar)
"Dat de geschiedenis zich herhaalt, is
vooral daarom zo leerzaam, omdat zij zich nooit op dezelfde wijze
herhaalt. Men kan dus even goed beweren, dat de geschiedenis altijd weer
nieuw is." (Het Suezkanaal en de
Krim)
6. Lier
en lancet
“Alles wat
begint heeft zijn kansen mee, en
het einde wordt doorgaans alleen begroet wanneer datgene wat
er aan voorafging inderdaad
ondraaglijk was.” (Het pernicieuze
slot)
7. De
glanzende kiemcel
“Idealen hebben een verstarrende werking
op levende wezens die te hoog gegrepen hebben.”
“Want tenslotte drinken wij ook het
lichtste bier alleen om de alcohol, en niet om de 97 percent mout, hop en
water, die de alcohol op min of meer ontoelaatbare wijze verdunnen.”
8.
Zuiverende kroniek
“Evenals de moralist zegt de polemist
gewoonlijk niet wat de mensen moeten doen, hij zegt wat de mensen moeten
laten. Hij zuivert.” (Ten geleide)
“De mens
is nu eenmaal een irrationeel
wezen; bijgevolg is het alleen maar… rationeel hem ook als zodanig te
behandelen.” (De psychologie in de
roman)
9.
Romans
“De
grootste originaliteit is het gehoorzamen aan de traditie zonder dat
iemand het merkt.” (Het glinsterend
pantser)
“Bezetenheid is het beste te genezen door
het zelf te bezitten.” (De leeuw en
zijn huid)
“Sommige Nederlanders werden door de
oorlog helden, anderen misdadigers, weer anderen grote kinderen.” (Pastorale
1943)
“Onredelijk is alleen onze rede, die
alles wil weten en formuleren, op alle momenten.” (Bericht
uit het hiernamaals)
“Men is altijd meer onmens dan men zelf
meent.” (Het spook en de schaduw)
“Op alles wist zij een antwoord, maar ook
weifelde zij wel eens, beheerst door de ware geest der wetenschap.” (De filmheld en het gidsmeisje)
“Het intellect
is iets voor zeldzame ogenblikken” (Het
proces van meester Eckhart)
10. Het
kastje van oma
“Men kan natuurlijk alles ‘inspiratie’
noemen wat men maar wil, maar het staat vast dat het (veronderstelde) feit
van geïnspireerd zijn niet de minste waarborg biedt voor het niveau waarop
de ‘ingeblazen’ kunst zich beweegt.” (Wat
is inspiratie?)
Bij de een meer, de ander minder, kan het
denken voor de inspiratie tijdelijk in de bres springen.” (Wat
is inspiratie?)
“Ieder einde schijnt ons een voorproef te
geven van dat grote einde, waar wij maar liever niet aan denken.” (Het probleem van het einde)
“Alleen in de muziek ook laten de grote
meesters zich bijwijlen tot het niveau van leerling zakken.” (De etude als kunstwerk)
“Het genie wordt in vonken gemeten.”
(titel van een opstel over Schumann)
11.
Overige
“Een kunstenaar kan alleen dan de mensheid dienen,
wanneer hij geen doeleinden nastreeft die buiten hemzelf zijn gelegen.” (Kunstenaar en oorlogspsychologie)
“De ‘grap’ van het schrijverschap is
juist, dat je de uitdrukking van wat je persoonlijk beweegt weet te
combineren met de creatie van elke denkbare persoonlijkheid.” (Hernomen
confrontatie met S. Vestdijk)
“Om de woorden te wantrouwen daarvoor
zijn wij nu eenmaal letterkundigen.” (Wij
zijn van elkaar, brief aan Henriette van Eyk)
"Niets dat zo snel veroudert als de
humor, en niets dat vaak zo lachwekkend lijkt als de vroegere ernst."
“De inspiratie is aangewezen op
constructie en omgekeerd.”
"Er wordt eerder te veel dan te weinig over muziek geschreven."
“Een mens is niet alleen zichzelf, maar ook de
jeugd van zichzelf, hij is zijn ouders, zijn vrienden, zijn minnaressen, zijn
ondergeschikten –zijn provincie, zijn omgeving, zijn sociale klasse- hij is
alles wat hij gezien, ervaren, geleden en genoten heeft; en tenslotte is hij
ook nog wat hij níet is (…)." (De
psychologie bij Proust)
|