Actueel


Schreef Vestdijk wel of geen erotische literatuur?

Ooit werd de roman De dokter en het lichte meisje van Vestdijk getroffen door de censuur om zijn amorele en erotische strekking. Dat waren nog eens tijden! Maar in de onlangs verschenen bloemlezing van Elsbeth Etty over zinnenprikkelende erotische verhalen figureert Vestdijk niet meer. De tijden veranderen nu eenmaal.
Voor deze bloemlezing deed Elsbeth Etty in de zomer van 2011Het verboden bacchanaal diepgravend onderzoek in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek. Doet de Nederlandse erotische literatuur in 80 en enige verhalen voldoende recht aan de rijkdom aan erotische verhalen binnen de Nederlandse literatuur? Wie dat enigszins snel wil toetsen kan terecht bij Vrij Nederland. In de zomer van 2011 verscheen er een serie afleveringen over de ‘Beste seksscène’. Hierin zijn tal van auteurs gevraagd naar hun voorkeur op dit gebied.
En jawel: in de editie van 20-08-2011 lezen we in de bijdrage van P.F. Thomése: ‘Het beste boek zal het niet zijn, maar het meest onderschatte boek over seks in de Nederlandse literatuur is voor mij Het verboden bacchanaal van S. Vestdijk, een late roman van de oude meester, zich afspelend op één (paren)avond, bij burgers thuis, ergens in de jaren zestig, in de provincie.’

WvW, 1 februari 2012

Teleurstellende stamboom van de westerse literatuur

Per 1 maart verhuist chef boeken NRC Pieter Steinz naar het Nederlands Letterenfonds. In de boekenbijlage van 27 januari maakt hij bij wijze van afscheid van zijn krant waarvoor hij 22 jaren ‘literatuurcorrespondent’ was, een balans op van de wereldliteratuur. Deze balans slaat hij neer in ‘een stamboom van de westerse literatuur’. Ook Vestdijk figureert in dit overzicht, maar helaas toont Pieter Steinz hiermee aan een beperkt kenner te zijn van het werk van Vestdijk. In zijn stamboom wil Steinz tonen welk ‘verband er tussen werken in verschillende werken en tijden’ bestaan. Het is teleurstellend dat Steinz bij zo veel beschikbare Vestdijkstudie op dit terrrein niet verder komt dan Vestdijk op de lijn te plaatsen van Shakespeare-Joyce. De chef-redacteur die volgens eigen zeggen van de verbanden in de literatuur zijn handelsmerk heeft gemaakt, laat helaas na in zijn stamboom voor de hand liggende lijnen te trekken van Vestdijk naar de Bijbel, Dostojewski, Proust, en Kafka. ‘Bronnen’ die wel in zijn stamboom voorkomen.

WvW, 29 januari 2012


In memoriam: Vestdijk over Achterberg

Op 17 januari 1962, vijftig jaar geleden, overleed Gerrit Achterberg. Ondanks zijn moeilijk leven noemde Vestdijk hem 'het zondagskind in onze letteren'. Over en weer hadden Achterberg en Vestdijk veel achting voor elkaar. Hun beider biograaf Wim Hazeu brengt dat ook nadrukkelijk naar voren in zijn  biografieën over beide literatoren. 'Zou de mogelijkheid bestaan U eens te ontmoeten?, vroeg Achterberg aan Vestdijk op 7 oktober 1943 in een brief. Zij hebben elkaar verschillende keren ontmoet.
Op 11 februari 1946 verscheen in Het Parool  het essay van Vestdijk: 'Dichtkunst als magie'. Hierin uitte Vestdijk zijn mening over de dichtkunst van Achterberg. Hij schreef dat '(...) geen dichter zozeer bij machte [is] ons te doen verstaan wat "magisch" in verband met poëzie te beteekenen kan hebben als G. Achterberg'. Hij beschikte volgens Vestdijk over 'toverformules', om 'het verdriet om de gestorven geliefde' te kunnen 'bezweren'.

WvW, 17 januari 2012

Vestdijks poëzie: ‘benoem niet, maar laat zien’

Poëzie is dood, wanneer zij niet meer gelezen of opnieuw uitgegeven wordt.
In 2010 bracht uitgeverij Van Oorschot een exquise bloemlezing uit van Vestdijks poëzie: Een snik tot glimlach omgelogen, bezorgd door Tom van Deel. Deze bevat een fraaie keus uit Vestdijks latere werk, ‘vol van vanitas.’ Dit schrijft Frank Flippo. Hij waardeert de keuze van Van Deel omdat het ‘het karakteristieke van Vestdijks poëzie weet te onthullen.’ Flippo, die publiceert onder de naam ‘Zilvervis’ somt op: een samengaan van beeld en bespiegelingen klassieke rust en helderheid, soepel maar diepzinnig en zeer verfijnd en geraffineerd opgebouwd.’ Vestdijk beheerste de regel ‘”benoem niet, maar laat zien”, tot in de puntjes.’

Naar blog zilvervis.net

WvW, 11 januari 2012

'Vestdijk is de peetvader van de historische roman’
Het bloed in onze aderen - Bulnes
In het “ extra dikke winternummer” van Vrij Nederland van 17 december 2011, schrijft Jeroen Vullings over de beste boeken uit 2011 onder de kop ‘De giftige wortels’. Zijn conclusie luidt: ‘Grote namen rouwden in 2011, maar wie scherper kijkt ziet dat dit het jaar was van de historische roman’. Er verschenen veel historische romans. Hoogtepunt vormde voor Vullings Het bloed in onze aderen, over het Spanje aan het begin van de vorige eeuw, van Miquel Bulnes. Het artikel is door Siegfried Woldhek geïllustreerd met opnieuw een portrettekening waarop ook Vestdijk prijkt.

Bulnes-De Boose-Van Loy-Vestdijk Dit als eerbetoon van Vullings aan Vestdijk waaraan volgens de literair criticus vele auteurs van historische romans schatplichtig zijn. Hij heeft met zijn De betovering van het verleden uit Essays in duodecimo (1952) een eisenpakket voor de historische roman opgemaakt. Voor Vullings is Vestdijk nog altijd ‘de peetvader van de (moderne) historische roman in ons taalgebied, en mijn immer standvastig literair ijkpunt’. Vullings meent dat de roman van Bulnes het meest aan Vestdijks eisen voor de historische roman voldoet.


WvW, 28 december 2011

Omvangrijke literaire nalatenschap van componist Pijper gepubliceerd

Willem Pijper, Ans Koster en Simon VestdijkMet bijna 2000 pagina’s mag de literaire nalatenschap van Willem Pijper omvangrijk heten. Zijn vriend Vestdijk had er veel waardering voor en schaarde hem in zijn Gestalten tegenover mij daarom onder ‘de letterkundigen’. Pijper beschikte over een scherpe pen, wat hem ook vijanden bezorgde. Zijn polemiek met Jan van Gilse, componist en dirigent van het Utrechts Stedelijk Orkest, groeide uit tot ‘de Utrechtse muziekoorlog’.
Pijper en Vestdijk wisselden talloze brieven met elkaar over het libretto van de opera Merlijn.

Willem Pijper: Het papieren gevaar. Verzamelde geschriften (1917-1947). Bezorgd door Arthur van Dijk.

WvW, 24 december 2011


‘De keizer en de astroloog is het meest vestdijkiaanse boek’

 De bewondering van Kees ’t Hart voor Vestdijk komt op velerlei wijze tot zijn recht in zijn roman De keizer en de astroloog. Deze roman ‘is zonder twijfel de meest vestdijkiaanse uit de recente Nederlandse letterkunde’. Tot die conclusie komt Rudi van der Paardt in zijn bespreking van deze roman uit 2008. Er is zeker ‘een handvol romans en novellen’ waarin ook aan Vestdijk wordt gerefereerd (van der Paardt noemt er twee) en er zijn nog meer schrijvers die met Vestdijk in verband kunnen worden gebracht, maar het gaat dan eerder om overeenkomsten dan om ‘concrete ontleningen of verwijzingen’. En dat laatste doet Kees ’t Hart wel zowel in motieven, in figuren, als in de stijl van Vestdijk qua zinsbouw en qua woordgebruik.

 Rudi van der Paardt :  Kees ’t Hart, De keizer en de astroloog in Lexicon van Literaire Werken, nr. 92, november 2011

WvW, 9 december 2011

Vestdijks laatste roman in nieuwe fraai gebonden uitgave

Het proces van meester EckhartDe laatste (voltooide) roman van Vestdijk, Het Proces van Meester Eckhart is herdrukt in een bijzondere handgemaakte uitgave door uitgeverij Mycena Vitilis, Doorn. Er zijn nu een twintigtal exemplaren beschikbaar. De prijs is 29,50 euro + 2,30 aan portokosten. Voor meer informatie en bestelling, zie  svestdijk.nl.

HT, 24 november 2011



‘Romanschrijvers als Vestdijk lopen voor op de historici’

In het voorjaar van 2011 werd Leiden even landelijk nieuws, toen een verzetsstrijdster tegenover de Leidse burgemeester bekende op 1 maart 1946 een liquidatie te hebben uitgevoerd in opdracht van het voormalige verzet. Mevrouw Atie Ridder-Visser had ir. Guljé doodgeschoten nadat zij had aangebeld op zijn woonadres in de Van Slingelandlaan. In een essay gaat dr. Eep Franken, docent aan de Leidse Universiteit in op de overeenkomsten tussen deze gebeurtenis en Vestdijks Bevrijdingsfeest. Hierin gaat het eveneens om het verzet dat maar niet met het verzet kan ophouden. Francken concludeert dat ‘romanschrijvers als Vestdijk voorlopen op de historici’.
Het artikel ‘Literatuur en het verdriet van Nederland: Vestdijk in Leiden’ verscheen in Metaal; tijdschrift voor Leidse neerlandici jrg. 8 (2011) nummer 2.

WvW, 17 november 2011

Márai en Vestdijk ten prooi aan list der goden?

Lex ter Braak bespreekt in Vrij Nederland van 14 november jl. Vrede op Ithaca van Sándor Márai, dat in vertaling in de Wereldbibliotheek is verschenen. Márai schreef Vrede op Ithaca in 1952. In hetzelfde jaar verscheen van Vestdijk zijn tweede Griekse roman, De verminkte Apollo. Deze heroriëntatie op de Oudheid na WO II is volgens Ter Braak geen toeval. Maar dat Márais Griekse roman in opbouw, taalgebruik en verhaal veelvuldig aan Vestdijk doet denken, noemt hij ‘een verrassende list van de goden’.

WvW, 15 november 2011



Getallensymboliek rond ‘Vestdijks dozijn’

Paul ClaesDe Belgische auteur Paul Claes vermoedt getallensymboliek in het oeuvre van Vestdijk. Van hem zijn zojuist: Honderd notities van een alleslezer verschenen. Daarin staat een vermakelijk artikeltje over ‘Vestdijks dozijn’.
Claes wijst erop dat het heilige getal twaalf veelvuldig in het werk van Vestdijk opduikt. Zelf loopt Claes enkele voorbeelden na. Alom bekend zijn natuurlijk de twaalf flatbewoners uit De kellner en de levenden. De Doornse schrijver schreef essays in duodecimo, afgeleid van duodecim, dat ‘twaalf’ betekent. Zo zijn er Twaalf vertaalde gedichten en in Grieksche sonnetten zijn 48 (4 x 12 ) gedichten te tellen. Vestdijks belangstelling voor de dierenriem is bekend, maar toch denkt Paul Claes dat zijn voorkeur voor het getal 12 samenhangt met het feit dat zijn eigen naam uit 12 letters is gevormd.
Als onderbouwing van deze veronderstelling wijst Claes erop dat ook de naam van zijn alter ego Anton Wachter 12 letters heeft. En daar blijft het niet bij. Claes somt in totaal 12 namen op van romanpersonages van Vestdijk die allen welgeteld 12 letters hebben! Hij heeft zijn opstelletje opgedragen aan Rudi van der Paardt, ‘Vestdijkkenner’, maar via hem eigenlijk aan alle leden van de Vestdijkkring, want hij roept hen op nog meer voorbeelden op te sporen van personages van wie de naam uit 12 letters is gevormd. Een leuke puzzel, maar moeilijker is de vraag te beantwoorden die Claes de Vesdijkianen ook voorlegt: zijn al die personages met een twaalfletterige naam ook autobiografische afsplitsingen van de auteur Vestdijk?

Paul Claes: Honderd notities van een alleslezer; De Bezige Bij, 2011

WvW, 11 november 2011


Litteraire Salon Kennemer Gasthuis publiceert ongepubliceerde brieffragmenten Vestdijk

Verder is alles hetzelfdeDe Tweeëntwintigste Litteraire Salon Kennemer Gasthuis heeft op vrijdag 4 november jl. een uniek document opgeleverd: vier nog niet eerder gepubliceerde brieffragmenten van Vestdijk aan Henriëtte van Eyk verschenen onder de titel: Verder is alles hetzelfde, d.w.z. niet goed. De vier brieffragmenten zijn geselecteerd en toegelicht door biograaf Wim Hazeu. Alle fragmenten gaan over de vermoedelijk meest langdurige en diepe depressie die Vestdijk in de vijftiger jaren doormaakte. De vormgeving van de publicatie is bijzonder origineel: er is zoveel mogelijk naar authenticiteit gestreefd in gebruik van schrijfmachineletter, de zomerpostzegels uit 1954 en de fragmenten zijn in enveloppe gestoken! Dit alles in een oplage van 115 genummerde exemplaren, waarvan 15 (romeins) voor de drukker Hans Rombouts uit Driehuis die hiervoor zijn Augustijnpers benutte.

WvW, 10 november 2011


Vestdijk in Vooys
Vooys
De Stichting Tijdschrift Vooys te Utrecht geeft viermaal per jaar het tijdschrift Vooys (78 bladzijden) uit. De ondertitel luidt: tijdschrift voor letteren. Het is vooral een essayistisch tijdschrift. In het derde nummer van de 29ste jaargang (2011) Van Johan Goud, hoogleraar Religie en Zingeving in Literatuur en Kunst aan de Universiteit van Utrecht is een essay opgenomen onder de titel: 'Hoe zullen wij ons troosten? Literair posttheïsme, in het bijzonder bij Simon Vestdijk.' Goud toont aan dat Vestdijk naast zijn boek De toekomst der religie meerdere romans en vele gedichten schreef met treffende observaties van vormen van religieus leven. Aan de orde komen o.a. Bericht uit het hiernamaals, Terug tot Ina Damman en De toekomst der religie. Aanvragen voor losse nummers of abonnement (€ 16,50) via de website www.tijdschriftvooys.nl. 

WH,  10 november 2011
Artikelen van Fens over Vestdijk zijn toegankelijk

Misschien zullen Vestdijk-lezers gebaat zijn met de wetenschap dat al sinds enige tijd een groot aantal artikelen waarin Kees Fens Vestdijk bespreekt vrij toegankelijk is op de website "Ingangen op Fens" ( http://www.niekvanbaalen.net/fens/fens.htm ).
 
Aan deze zeer uitgebreide bibliografie van de krantenartikelen van Fens (vanaf 1954) zijn talrijke artikelen volledig gescand aan de desbetreffende lemmata gehangen, zulks met toestemming van de weduwe Fens.
 
De bibliografie is o.m. doorzoekbaar op auteur, op besproken werken, en met behulp van trefwoorden. Het trefwoord 'Vestdijk'  levert tevens een groot aantal ingangen op naar verschillende door Fens ter sprake gebrachte aspecten van Vestdijks werk.
 
Rijk Mollevanger, 20 oktober 2011

Frida Dewitte: Dionysos tegen Apollo in De koperen tuinDe koperen tuin, Perpetua-reeks

De onlangs verschenen herdruk van De koperen tuin in de Perpetua-reeks leidt tot nieuwe recensies van de roman. Eerder besteedde Jeroen Vullings er al uitgebreid aandacht aan (zie bericht hieronder); nu verscheen een bespreking ervan door Frida Dewitte voor Goddeau, magazine voor muziek en andere. Evenals Vullings is zij van mening dat lezers die Vestdijk op latere leeftijd (her)ontdekken ‘een enorme verrassing’ wacht. Tieners kunnen volgens haar nog ‘niet alle lagen van het boek bevatten’. Zij doelt dan op de ‘verwijzingen naar Vestdijks grote passie: de klassieke muziek’. Wie het repertoire van Wolf en Duparc bestudeerd heeft, ‘ziet de humor in van hoe de schrijver zijn passie verwerkte’ De recensent is kennelijk goed op de hoogte van de analyses van Martin Hartkamp, want ook zij ziet in de roman een ‘afweging van het Dionysische tegen het Apollinische’. Hierover merkt zij het volgende op: ‘Het is de muziek die het personage uiteindelijk van de geest wegdrijft en richting het Dionysisch ideaal beweegt, en een dergelijke levenswandel kan in Vestdijks logica niet triomferen. Dat de finale de epische karaktertrekken van de romantische operatraditie uit de negentiende eeuw overneemt, mag niet verbazen gezien Vestdijks liefde voor het genre’. De uitgebreide scène rondom Carmen van Bizet moet gezien worden ‘als een element dat de latere gevoelsmatige teloorgang van Nol aankondigt’.

 
De volledige recensie is te lezen op Goddeau.com/boeken

WvW, 21 oktober 2011


Vestdijk in de Litteraire Salon Kennemer Gasthuis

De heruitgave van De koperen tuin is een goede aanleiding voor de Litteraire Salon Kennemer Gasthuis om aandacht te besteden aan Vestdijk: arts én schrijver. Peter van Barneveld, voorzitter van de raad van bestuur van het Kennemer Gasthuis spreekt over een persoonlijke leeservaring. Biograaf Hazeu gaat in op de ‘passie en discipline bij Vestdijk'. Dick Vestdijk brengt gedichten van zijn vader ten gehore.

Vrijdag 4 november 2011, 15.30 in Sociëteit Vereeniging, Zijlweg Haarlem.

Aanmelding via e-mail tvos@kg.nl

WvW, 7 oktober 2011


Afscheid van Hella Haasse is ook het verlies van een groot Vestdijkkenner 

Terwijl in de media de clichés over ‘de grote drie’ of eigenlijk ‘de grote vier’ weer uit de oude doos worden gehaald bij het overlijden van Hella Haasse, schrijfster van een groots oeuvre, denk ik aan de talrijke knappe essays die Hella Haasse schreef over Vestdijk. Zij heeft zich steeds een bewonderaar van zijn werk getoond, maar vooral ook een groot kenner daarvan. Zij wist vele werken van Vestdijk diepgaand te doorgronden en de diepere lagen daarin te verhelderen. Dat geldt in het bijzonder voor De koperen tuin waarover zij schreef in het essay Tuinbeelden en bij het overlijden van Vestdijk zelf ook in Een koninkrijk voor een lied. In het laatst genoemde essay schreef zij over het vrouwbeeld van Vestdijk dat in Trix Cuperus alle aspecten in zich verenigde. Hella Haasse duidde deze aspecten voor het gemak aan ‘als Dame, Deerne, Dienster, en Dochter’. Ik denk dat Vestdijk -evenals zovelen dat zullen doen- in Hella Haasse naast een eminent schrijfster, ook een innemende Dame zal hebben gezien. Dit ondanks de kritiek die Vestdijk had op haar Het woud der verwachting, en waarvan zij hem postuum op empirische gronden van repliek heeft gediend: het boek had in 1996 zijn achttiende druk gehaald en was sinds 1989 ook in zeven andere landen in vertaling verschenen. Niettemin viel zij Vestdijk niet af; ook niet ‘in haar vierde levensfase’. Arjan Peters tekent uit de mond van Haasse op: ‘Bij Wolkers en Vestdijk vond ik ook zeer boeiende structuren en thema’s.' (De handboog der verbeelding, 2007).
Hella S. Haasse ‘was gewoon zichzelf’ en wilde daarom terecht niet ingedeeld worden noch bij ‘de grote drie’, noch bij ‘de grote vier’. Zij bestaat in haar eigen kunst waarin zij groot is.

Wilbert van Walstijn, 1 oktober 2011



Memoires Brüll in De Utrechtse boekhouder

Jean Brüll haalt zijn herinneringen op uit zijn literaire leven in De Utrechtse boekhouder, een nieuw digitaal tijdschrift. Hierin komen ‘boekhouders’ te spreken over het literaire leven dat Utrecht als gemeenschappelijke noemer heeft. Brüll besteedt als Vestdijkkenner ruim aandacht aan zijn Vestdijkperiode. Hij had de moed niet Vestdijk zelf ooit te bezoeken, maar zat wel wekelijks bij Nol Gregoor. Zag de ‘grote man’ Vestdijk wel eens een keer lopen met de honden in Doorn. Kennelijk om boodschappen doen.

WvW, 13 september 2011


Doorn krijgt toch beeld Simon Vestdijk

De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft een bronzen beeld van de schrijver Simon Vestdijk aangeboden gekregen. Dat heeft de gemeente donderdag gemeld.

De kunstenaar Jaap te Kiefte ontwierp het beeld in 1998 voor de honderdste geboortedag van de schrijver. Het Comité Vestdijk 1998 had toen geen geld om het beeld te laten maken. Nu heeft de organisatie een sponsor gevonden.


Het levensgrote beeldhouwwerk stelt Vestdijk voor die aan een schrijftafel zit. Waar het nog te gieten beeld precies komt te staan is niet bekend. De gemeente wil Vestdijk een centrale plek geven in Doorn en moet nog kiezen tussen twee locaties.

Bron: Novum- Nieuws.nl, 8 september 2011
Foto: RTV Utrecht


Hotz schrijft als Vestdijkfan ‘meesterstukken’ over

Hotz biografie Na zeven jaar werk heeft journalist en schrijver Aleid Truijens haar biografie over F.B. Hotz voltooid. Eerder was zij al betrokken bij de publicatie van de briefwisseling tussen de Leidse auteur en zijn in Spanje wonende oom Herman Kunst. In de nu verschenen biografie maakt de lezer nader kennis met ‘de tragische wereld’ van Hotz, maar ook met zijn literaire helden. Vestdijk is dat altijd gebleven. Nauwkeurig is te volgen welke boeken van Vestdijk Hotz las en hoe hij erover dacht. Zo verontschuldigt hij zich bij ‘oom Her’ ‘hoewel ik me nog wel tot de Vestdijkfans reken’ hij  Meneer Visser's hellevaart nog niet gelezen heeft. Steeds brengt Hotz ‘oom Her’ op de hoogte hoe hij denkt over wat hij van Vestdijk leest. Meneer Visser kwalificeert hij als ‘zeer knap en sterk’. Vanaf zijn ziekbed laat hij weten zeer onder de indruk te zijn van De Vliegende Hollander en Simplicia. Vooral in de laatste dichtbundel herkent Hotz ‘meesterstukken, die ik niet kan nalaten over te schrijven’.

 Aleid Truijens: Geluk kun je alleen schilderen; F.B. Hotz - Het leven. 662 p. € 39,95

WvW, 6 september 2011


Benefiet voor Branoul met De kellner en de levenden

Op 22 augustus a.s. vindt een benefietvoorstelling plaats voor het literair theater Branoul. De Koninklijke Schouwburg in Den Haag opent hiervoor zijn deuren en stelt haar theater ter beschikking. In een avondvullend programma zal onder meer De kellner en de levenden van S. Vestdijk met bekende acteurs op het toneel worden gebracht. Het gaat om de bewerking  die Hans van Hechten voor de Hoorspelfabriek van deze roman heeft gemaakt. Bekende acteurs en auteurs als Anne Wil Blankers, Bram van der Vlugt, Mark Rietman, Peter Tuinman, Yvonne Keuls en acteurs van De Appel bieden hun talenten aan.

22 augustus, aanvang 20.15: Koninklijke Schouwburg Den Haag

WvW, 1 augustus 2011


De Vries en Vestdijk: overeenkomst en verschil

In haar (overwegend negatieve bespreking) van het eerste deel van de biografie over Theun de Vries somt Aleid Truydens enkele overeenkomsten en verschillen op tussen de in Friesland geboren Theun de Vries en Simon Vestdijk. Beiden zijn veelschrijvers, De Vries nog meer dan Vestdijk. Honderdzestig titels in alle genres die de literatuur te bieden heeft. Beiden verwierven 'een grote historische kennis als autodidact', beiden waren ook 'rationalist met romantische trekken' en beiden waren 'atheïst met belangstelling voor religie'.
Wat hen ook behalve hun vriendschap bindt, is volgens Truydens dat hun werk vrijwel door niemand meer gelezen wordt. Maar er is een groot verschil tussen De Vries en Vestdijk. Dat verschil betreft hun engagement. Ook Vestdijk vond dat 'een schrijver "geëngageerd" diende te zijn, maar stelde toch het individuele kunstenaarschap voorop'. De communist De Vries stelde zich als schrijver geheel 'in dienst van de gemeenschap'. Een ander verschil volgens Truydens is dat Vestdijks schrijfstijl 'een stuk minder vlak en clichématig en de psychologie van zijn personages minder voorspelbaar' zijn.

Gelezen in VK, Boeken, 2 juli 2011

WvW, 2 juli 2011


Eerbetoon aan Vestdijk, of stekeligheid aan Hermans?

In een brief aan Hermans van 21 november 1964 schrijft Bordewijk: 'In elk geval zal uw productie wel niet worden à la Vestdijk, wie zoals ik vrees de roem naar het hoofd gestegen is'. Vestdijk had in juni 1964 een eredoctoraat ontvangen aan de universiteit van Groningen. Bordewijk vervolgt in zijn brief: 'Maar hij was toch zulk een aardige kerel en hij schreef zoveel moois. En nu aldoor maar romans en niets anders dan dat'.

Uit: Een onmiskenbare verwantschap. Brieven 1944-1965.

WvW, 18 juni 2011

Ingezonden brief van Wim Hazeu, NRC, 16 juni 2011

Arjen Fortuin vroeg zich (Boeken, 03-06-11) af of Vestdijk in het Fries is vertaald. Jazeker, in 1970 kwam de Friese vertaling van De koperen tuin uit. Van deze titel verscheen dit jaar in de gebonden Perpetua Reeks de 23ste druk. Eveneens gebonden werd dit jaar het oerboek Kind tussen vier vrouwen herdrukt (Atlas), en vorig jaar het boek over Mahler (De Bezige Bij), maar in paperback. Om te schrijven
over ‘het wat sleetse merk Vestdijk ’ is wat somber gesteld, zeker als men weet dat er ook nog tweemaal per jaar de Vestdijkkroniek verschijnt. Onlangs nog aflevering 117!
Wim Hazeu, Baarn

Gesignaleerd: Vestdijk en de theologie

'Vestdijk had een grimmig plezier in deze profanisering (van God, van de vrouw, van allerlei vanzelfsprekende waarden), maar het is de grimmigheid van een gewonde, een getourmenteerde, een Sint Sebastiaan aan het hout, die ook weer niet zonder idealen uitkomt.' Dit schrijft Wessel ten Boom in zijn 'Vestdijk en de theologie. Een pamflet voor verwarde godlievers en godloochenaars'. Het is verschenen in Ophef  van oktober 2010, een uitgave van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij. Ten Boom, zelf dominee en Vestdijkliefhebber, wil Vestdijk inzetten in een hoognodig debat over de publieke ruimte en de cultuur in Nederland die in verwarring is. Er is 'de naïeve illusie dat wie God doodverklaart, het voortaan zonder theologie kan stellen'. Juist de schrijver Simon Vestdijk kan als notoir atheïst 'een contrapunt' vormen. Want zo betoogt Ten Boom in zijn pamflet Vestdijk is 'een denker die helemaal niet van God is losgekomen, omdat voor hem het religieuze een "eeuwige staat" der mensheid is; een denker voor wie God dood is en tegelijk niet sterven kan en ook niet sterven hoeft'.

WvW, 13 juni 2011


Vestdijk in literaire fietstocht Amsterdam-Noord

De tentoonstelling Siberië of Eden voert langs vijf plaatsen in Amsterdam-Noord. Op elke plaats is een onderdeel van de tentoonstelling te zien. Museum Noord herbergt het hoofdonderdeel.  De literaire fietstocht voert u ook langs tien plekken waar schrijvers hebben gewoond. Hiervan maakt ook onderdeel uit Meeuwenlaan 261, alwaar Simon Vestdijk enige tijd de huisartsenpraktijk van dokter Van Haga heeft waargenomen.
Meer info bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam of Museum De Noord.

WvW, 11 juni 2011


Vullings bepleit Vestdijk anders te lezen

De aanleiding is de verschijning van De koperen tuin in de Perpetua reeks als een van de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur*. Jeroen Vullings herleest deze door Vestdijk zelf zo gewaardeerde roman. Ooit las Vullings de roman als achttienjarige in 1981. Herlezing dertig jaar later brengt hem tot het inzicht dat De koperen tuin ‘lezers vereist die al een initiatie in het leven achter de rug hebben’. De hernieuwde kennismaking mondt bovendien uit in een beschouwing over hoe we Vestdijk in de eenentwintigste eeuw moeten lezen.

De Vestdijkkunde heeft De koperen tuin als muziekroman én als liefdesroman gekenschetst. Beide zijn natuurlijk waar, maar in de eenentwintigste eeuw is ‘de wereld fors veranderd’. De wereld waarin Nol en Trix figureerden is er niet meer; hun leven speelt zich af in ‘een vervlogen tijd’. Dat betekent dat de hedendaagse romans van weleer, ook De koperen tuin weliswaar ‘niet bedoeld zijn als historische romans’,  toch zo gelezen moeten worden in de eenentwintigste eeuw. Het ging Vestdijk, zo betoogt Vullings in ‘Terug tot Vestdijk: niets ontziend en empatisch’ (VN, 14 mei 2011) om psyche, liefde, muziek, kunstenaarschap en provincialisme, om universalia. Deze zijn niet meer te lezen als een ‘al dan niet schokkende zedenschets (…), maar als historisch proza over voorbije tijden. Vestdijk doet dat ‘met zo’n levenskracht, zo beeldend, rijkgeschakeerd en fijnmazig (…) dat het (wederom) als literair ijkpunt zou moeten dienen.

* S. Vestdijk, De koperen tuin, Perpetua reeks,
   Atheneum-Polak & Van Gennip, 293 p., €24,95

WvW, 15 mei 2011


'Schrijversweduwen mogen meer dan vroeger'

In de Volkskrant van 4 en 11 mei jl. laat Joost Zwagerman zijn licht schijnen over het dilemma van schrijversweduwen: zwijgen of spreken? Hij signaleert dat weduwen tegenwoordig een stuk openhartiger mogen zijn dan vroeger. Zwagerman legt zijn meetlat langs Mieke Vestdijk, Connie Palmen, Kristien Hemmerechts, Lilian Blom en Anneke Stehouwer. Waar Mieke Vestdijk geen goed kon doen en haar verweten werd 'als een kloek op de kunstwerken van haar man te zitten' is de slinger wel helemaal doorgeslagen naar 'zélf schrijvende weduwen, die niet afschermen maar juist uiterst mededeelzaam zijn'. Aanvankelijk moesten deze zelf schrijvende weduwen zich nog wel verdedigen. Zo oogstte Connie kritiek dat zij haar verdriet met I.M. te gelde maakte. Kristien Hemmerechts voelde zich 'teruggefloten' toen zij opvattingen over het werk van haar man Herman de Coninck publiceerde in Taal zonder mij . Lilian Blom bleef verschoond van elk moreel voorbehoud toen zij afscheid nam van Louis Ferron met De tuinkamer.
Dat morele voorbehoud maakt Zwagerman wel bij Anneke Stehouwer. Zij gaat nog een stap verder met haar onlangs verschenen Het evenwicht. Zij neemt hierin mails op van Martin Bril die niet voor de ogen van de lezer bedoeld waren, zoals een mail aan de relatiecoach van het echtpaar. Zwagerman:'Had Martin Bril die mails gedelete als hij zou hebben vermoed dat Anneke Stehouwer ze na zijn dood zou publiceren?'. 

WvW, 11 mei 2011

Voorlopig geen monument voor Vestdijk in 'het dorp van de donder'

Er komt voorlopig geen monument voor Vestdijk in Doorn. Om financiële redenen kreeg een petitie met 300 handtekeningen ten tweede male geen gehoor bij de gemeente Doorn. Meer hierover in een artikel van Nieuwsblad DeKaap.nl & Stichtse Courant.nl van 29 april jl. (naar het artikel).erepenning Doorn

Vestdijk heeft vanaf 1939 altijd in Doorn gewoond.  Onlangs verscheen bij uitgeverij Mycena Vitilis een bundel verhalen en gedichten van Vestdijk die betrekking hebben op Doorn, 'het dorp van de donder'. Op de voorkant van deze Doorn-Bundel is een afbeelding geplaatst van de erepenning van de gemeente Doorn die in 1968 aan Simon Vestdijk werd uitgereikt. Deze penning is gemaakt door de Doorns-Oostenrijkse kunstenaar Fritz Jaritz.

De Doorn-Bundel is te bestellen via www.svestdijk.nl.

HT, 5 mei 2011

Gesignaleerd:
H.T.M. van Vliet, Driemaal is scheepsrecht!; over S.Vestdijks romandebuut, in
Zacht Lawijd  nr. 10-1, p.3-25.

Van Vliet voltooit onderzoek naar Vestdijks romandebuut

Meneer Visser's HellevaartHet debuut van Vestdijk als romancier slaagde pas nadat hij zich conformeerde aan het heersende literaire klimaat. Dat lukte met Terug tot Ina Damman. Twee eerdere pogingen die geïnspireerd waren op lectuur van modernistische romans uit de Europese literatuur werden afgewezen: Kind tusschen vier vrouwen (Proust) en Meneer Visser’s hellevaart (Joyce). Tot deze conclusie komt H.T.M. van Vliet in zijn artikel ‘Driemaal is scheepsrecht!’ in het literair-historische tijdschrift Zacht Lawijd.

Zoals bekend, werden tot tweemaal toe boeken waarmee Vestdijk wilde debuteren afgewezen. KVV verscheen pas na zijn dood; MV mocht pas na ID in gecensureerde vorm verschijnen.  Vestdijk ‘werd daarin gedwarsboomd door een bange uitgever en een bekrompen literair klimaat’, aldus Van Vliet. Zijn ‘modernistische romanexperimenten werden niet gewaardeerd’ en het was nog gebruikelijk om literatuur te beoordelen ‘naar goede zeden en een duidelijke moraal’.

Van Vliet is gespecialiseerd in editiewetenschap. Vorig jaar ontving hij voor de editie van KVV en zijn onderzoek naar de tekst- en ontstaansgeschiedenis van deze roman de Ina Dammanprijs. In het nu verschenen artikel in Zacht Lawijd gaat hij in op het ontstaan van MV, een van ‘de kroonjuwelen’ van Vestdijk. Eerder verdiepte Van Vliet zich in ID. (zie Vestdijkkroniek, nr. 108).Nethandschrift van Meneer Visser's hellevaart

In tegenstelling tot Frankrijk is de ‘critique génétique' in ons land weinig bekend. De idee achter deze onderzoeksmethodiek is dat studie naar het ontstaan, de verschillende tekstvarianten en de bronnen van een manuscript inzicht verschaft in het creatieve proces, in de werkwijze en mogelijk ook de psyche van een auteur.

Van Vliet heeft deze methodiek toegepast op de drie debuutpogingen van Vestdijk. Met zijn onderzoek toont Van Vliet aan dat er vele overeenkomsten zijn in stijl en inhoud tussen KVV en MV.  Maar zijn debuut als romancier slaagde, nadat hij ‘de vrije associatieve stijl had ingeruild voor een meer zakelijke manier van vertellen’ in ID. Deze sloot aan bij ‘het heersende literaire klimaat’.

WvW, 25 april 2011


Depressie heeft ook voordelen

In Volkskrant-magazine van 16 april 2011 reageert de bekende psychiater René Kahn op een hem onbekend liedje van Hans Dorrestijn, waarin de volgende regels voorkomen: ‘Waar zijn die mooie droeve dagen? Waar is de wanhoop van weleer? Ik kan de voorspoed niet verdragen, de zomer drukt mijn stemming neer’. Kahn bekent dat de strekking dat in het liedje is verwoord, in wetenschappelijke kring aanleiding is voor de vraag waarom de depressie niet allang is uitgestorven. Kahn die zijn leven wijdt aan het bestrijden van depressies meent dat het antwoord op die vraag kan zijn dat ‘de depressie ook voordelen heeft. Een depressie maakt de mens sensitiever, je ziet en voelt dingen die anderen niet ervaren.’ Als voorbeelden van hiervan noemt hij Vestdijk en Schumann. Het zijn slechts twee voorbeelden van mensen ‘in de kunsten met een bipolaire stoornis’.

 WvW, 18 april 2011


Boekbespreking:
Maaike Meijer: M. Vasalis. Een biografie G.A. van Oorschot, € 35

Terechtwijzingen aan de beginnende Vasalis

Het is niet overgeleverd waarom de beginnende, jonge Vasalis haar eerste gedichten aan Vestdijk ter beoordeling toestuurde. Feit is dat ze het heeft gedaan. Haar biografe Maaike Meijer veronderstelt dat ‘Kien’, zoals zij haar meestal intiem aanspreekt, het deed omdat ze ook arts was. Zij heeft in Vestdijk een ‘constructieve adviseur’ gevonden, die er niet voor terugdeinsde zich vergaand met haar gedichten te bemoeien. De eerste zending wordt nog uiterst kritisch beoordeeld, ondanks het talent dat Vestdijk onmiddellijk bij haar onderkent. Haar probleem is ‘breedsprakigheid’, te veel aandacht voor ‘rijm’ waardoor er te vaak een toevlucht moet worden genomen tot ‘stoplappen’, zo wijst de kritische lezer Vestdijk haar terecht.

Na een tweede zending is Vestdijk al enthousiaster, maar dit belet hem niet veranderingen aan te brengen in sommige gedichten. Zo wijzigt hij onder andere haar beroemd geworden gedicht ‘De idioot in het bad’. Ook schrapt hij twee slotstrofen in ‘Pension’. Vasalis verwerkt inderdaad verschillende van Vestdijks ingrepen, door hem zelf in een brief aan Greshoff betiteld als ‘nogal gepruts’. Meijer kon tot deze vaststellingen komen omdat de brieven waarin Vestdijk zijn ‘gepruts’ aanbracht, bewaard zijn gebleven. Van de 12 toegestuurde gedichten voor ‘Groot Nederland’ selecteert Vestdijk er zes, die evenwel door nalatigheid van hoofdredacteur Greshoff  niet worden geplaatst.

Hoewel Vestdijk in zijn twee recensies over dichtbundels van Vasalis uiterst lovend is, beticht Meijer evenals in haar artikel in het Vestdijk-jaarboek 1998  Het oog van de meester hem van ‘sekse etiketteren’. Wat een term! Zij neemt Vestdijk kwalijk dat hij Vasalis als een vrouwelijk dichterlijk talent ziet. Lyriek wordt door Vestdijk als vrouwelijk bestempelt en plastiek als mannelijk. Hij vergelijkt haar ook met een andere vrouwelijke dichter: Hadewych. Maar in zijn De glanzende kiemcel ontbreekt Vasalis, zoals alle vrouwelijke dichters. Mij dunkt dat Meijer hier een verplichte dienst bewijst aan haar eigen feministische tooi, niet minder dan dat Vestdijk door een mannelijke preoccupatie zal zijn gehinderd.

Vasalis zelf heeft Vestdijk maar een keer in levende lijve ontmoet, zo schreef zij aan biograaf Hans Visser. Bij koningin Wilhelmina in 1945. ‘Het bezoek was niet bevorderlijk voor onderling contact’. In de brief laat zij ook weten het meest genoten te hebben van Terug tot Ina Damman en De koperen tuin. Ander werk van hem heeft haar ‘zeker geboeid maar nooit echt aangesproken’. Jammer dat in de biografie niet verhelderd is waarom dat zo was! Over de relatie Vasalis-Vestdijk bevat de biografie eigenlijk helemaal geen nieuws.

 WvW, 13 april 2011


Buwalda ziet Vestdijk als voorbeeld

Peter Buwalda is auteur van het alom geprezen romandebuut Bonita Avenue.
Het betreft hier een familiedrama, dat meteen genomineerd is voor de Libris Literatuur Prijs 2011. Het speelt zich af in Enschede als daar in 2000 de vuurwerkramp plaatsgrijpt. Kinderen komen in verzet tegen vader. Andere ingrediënten zijn zelfmoord, porno, moord en doodslag. Maar 'van deze weinig verheffende ingrediënten heeft Peter Buwalda een zeldzaam levendige en lijvige debuutroman gebrouwen, die van stilistisch vuurwerk aan elkaar hangt', zo lezen we in de nominatie van de Libris jury.

In de Volkskrant van 18 maart jl. wordt Buwalda geïnterviewd. Hij spreekt over zijn 'grootspraak, nog voor ik begonnen was'. Deze grootspraak jutte hem op: 'Wanneer je zo dom bent als ik om grote schrijvers als Jonathan Franzen, Truman Capote en Simon Vestdijk als voorbeelden te noemen, dan is er werk aan de winkel'. Kennelijk fungeren de genoemde voorbeelden als een norm. Ook Vestdijk? Buwalda: 'Ja. Op zijn best was hij briljant. Vijf vadem diep, mijn geheimtip. Meer zeg ik niet'.
Over de huidige literatuur lijkt de nu 38 jarige auteur niet erg te spreken. Toen hij als redacteur bij een uitgeverij ging werken, 'kwam ik aan een soort koekjesmachine te staan waar dagelijks romans uitrolden'. Soms ook wel goed geschreven, maar ' minstens zo vaak eierdozernpulp'. Al tijdens zijn studie Nederlands kreeg hij de indruk 'dat na Bordewijk, Vestdijk en Hermans 'de Nederlandse literatuur ophield'. Daarna is er 'eigenlijk niets meer van dat niveau verschenen'. Deze ervaring maakte het waarschijnlijker zelf ook eens een poging te wagen'. Buwalda deed dat 'Vesdijkiaans": evenals zijn voorbeeld koos hij op latere leeftijd (35 jaar) voor de afzondering om een debuut te schrijven dat met een omvang van 534 pagina's vergelijkbaar is aan het romandebuut van Vestdijks Kind tusschen vier vrouwen  met 557 pagina's.

WvW, 18 maart 2011


Flip Hammann en Hans Dagelet herdenken Vestdijk op sterfdag

23 maart 2011 is het 40 jaar geleden dat de schrijver Simon Vestdijk overleed. Vestdijk, geboren in 1898, debuteerde als romanschrijver pas laat: in 1934 publiceerde hij de roman Terug tot Ina Damman. Zijn roem nam snel toe en na de oorlog werd hij de belangrijkste schrijver van de Nederlandse literatuur van dat moment. Na zijn dood in 1971 verbleekte zijn ster snel, misschien omdat de “grote drie”, Hermans, Reve en Mulisch kwalitatief met hem concurreerden. Thans staan de boeken van Vestdijk in de kelders van bibliotheken. Dat is niet terecht, vindt Neerlandicus Flip Hammann en hij hoopt dat in een voordracht duidelijk te maken. Hij zal leven en werk van Vestdijk bespreken aan de hand van citaten en afbeeldingen. Na de pauze draagt acteur Hans Dagelet uit het werk van Vestdijk voor.

Locatie: Het Oude Slot, Heemstede
Voor meer info zie: www.podiumoudeslot.nl

Vestdijk schreef (g)een biografie!?

Dit jaar is het levensverhaal, zeg maar de biografie het thema van de boekenweek. Vestdijk schreef tal van historische romans en novellen, waarin historische personages tot hoofdpersoon van de roman of het verhaal genomen werden. El Greco, Pilatus, Voltaire en Lodewijk XV zijn hier voorbeelden van, maar aan een biografie, noch aan een vie romancié heeft Vestdijk zich niet gewaagd. Hoewel men Het vijfde zegel  misschien toch wel bij de vie romancié mag indelen. Hierin is de schilder El Greco, ‘over wiens leven niet veel meer dan enkele anecdotes bekend zijn’ (flaptekst van S.V.) tot uitgangspunt genomen. De roman liet veel ruimte aan de historische verbeelding van de auteur.

Het is misschien erg gewaagd te stellen dat Vestdijk toch op enigerlei vorm zich aan het biografische levensverhaal heeft ‘bezondigd’. Gaat men hierin mee, dan is waarschijnlijk te concluderen dat Vestdijk de kortste ‘biografie’ geschreven heeft die er is! Hiervoor leze men het gedicht Acrostichon dat is opgenomen in Rembrandt en de Engelen; twaalf gedichten en een acrostichon (1956). Hierin vat Vestdijk het leven van Rembrandt op een cryptische wijze samen…

 WvW, 12 maart 2011


Ontroostbaar trouw

Marjoleine de Vos schrijft in haar column (NRC, 18 februari 2011) over trouw zijn aan verdriet. Over verdriet heenkomen kan aanvoelen als ontrouw. In dit verband herinnert zij haar lezers aan Brakman en aan Vestdijk. Brakman schreef ooit in Het zwart uit de mond van Madame Bovary over de man die op enig moment werd 'gestempeld tot de man, die ik altijd zou blijven, iemand met een niet te stillen verlangen, iemand die een verlies met grote trouw in zich omdraagt en er niet om getroost wil zijn.'
Deze zin toont gelijkenis met wat Vestdijk uitdrukt in zijn beroemde slotzin van Terug tot Ina Damman waarin Anton Wachter 'onwankelbaar trouw blijven zou aan iets dat hij verloren had,- aan iets dat hij nooit had bezeten.' Volgens De Vos zijn trouw en ontroostbaarheid hier vrijwel hetzelfde geworden.

WvW, 21 februari 2011

De Vuuraanbidders duikt op in debat over de vrije wil

Marc van Dijk doet verslag van een debatavond op de Leidse Universiteit over de vrije wil. In de stad en aan de universiteit waar de godsdiensttwist tussen Gomarus en Arminius tot een climax uitgroeide herinnert Wilbert van Walstijn aan de historische wortels van de actuele discussie over de vrije wil. Lees De Vuuraanbidders van Vestdijk er maar op na, waarin 'Ik bén mijn brein niet' (Trouw, 15 februari 2011), gethematiseerd werd tot: ik ben wel/niet voorbeschikt.

WvW, 21 februari 2011

Maarten verschaft zich toegang tot de 'Vestdijk-vrouwtjes'

Is het feit of is het fictie? Autofictie dan wel te verstaan, want op zijn minst kun je zeggen dat Maarten 't Hart de grenzen van het genre autobiografie bewust opzoekt. Alles is dik aangezet in deze bundeling van autofictionele stukken, waarbij kwistig gestrooid wordt met archaïserend taalgebruik. Op geestige en openhartige wijze geeft 't Hart in Dienstreizen van een thuisblijver keer op keer blijk het niet te kunnen waarderen gestoord te worden in zijn zelf verkozen isolement. Zelfs reizen met collega-literatoren worden niet op prijs gesteld door Maarten 't Hart. De beschrijving die hiervan gegeven wordt en de vondsten die 't Hart doet (bijvoorbeeld: 'peutertje Palmen') doen echter vermoeden dat zij de lachlust ook bij de auteur zelf zo zeer opwekken, dat hij achteraf toch wel plezier heeft aan al die 'dienstreizen' die hij heeft gemaakt. 
Voor de Vestdijkliefhebber biedt het hoofdstuk 'Biografie' geen nieuws. In de Vestdijkkroniek  nr. 113 is onder een andere titel wel al de strekking verteld van het verhaal waarom Maarten 't Hart niet de biograaf van Vestdijk is geworden. Maarten 't Hart heeft zich toegang verschaft tot de Vestdijk-vrouwtjes Jeanne van Schaik-Willing, Henriëtte van Eijk, Saar Bessem en Mieke Vestdijk; ook gaat hij nog langs bij 'voyeur' Nol Gregoor, maar al deze 'dienstreizen' hebben hem er juist van overtuigd dat hij er niet aan moest beginnen!

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver. Prive-domein 272, 320 pagina's 19.95 euro.

WvW, 16 februari 2011

Marja Pruis leest Scheerjongen en denkt aan Anton Wachter.

In een boekrecensie in De Groene Amsterdammer van 2-2-2011 bespreekt Marja Pruis Scheerjongen van Maria Stahlie. In deze roman ontstaat een vlammende liefde van de hoofdpersoon Aldo voor Irene, een meisje dat een paar klassen hoger zit. Het gaat hier duidelijk om een Bildungsroman, oordeelt Marja Pruis. Het doet haar denken aan Terug tot Ina Damman. Zij schrijft hierover het volgende:

'Al draait het in de nieuwe roman van Maria Stahlie, Scheerjongen, niet alleen om de obsessieve verliefdheid van een zestienjarige jongen, toch moest ik naarmate het verhaal zich ontrolde sterker denken aan Vestdijks Terug tot Ina Damman (1934), die meesterlijke, onontkoombare "geschiedenis van een jeugdliefde" die zich nog steeds laat lezen alsof hij gisteren geschreven is. Net als Vestdijk heeft Stahlie het vermogen zich geheel en al te verplaatsen in de denkwereld van een puber, zonder dat het tot klef sentiment of plat psychologisch-realisme leidt. In beide romans is de koel-analytische geest van de schrijver zichtbaar aan het werk, terwijl het resultaat zo intens, sensitief en - klonk het maar wat minder afgetrapt - poëtisch is. In termen van de tegenpolen waar Stahlie's held zich toe aangetrokken voelt: "smeulend lava" en "heldergrijze ongenaakbaarheid" gaan in deze schrijversklasse een indrukwekkende verbintenis aan.
Juist de af en toe opduikende alwetende verteller maakt de verder volkomen personaal opgediste werkelijkheid zo pijnlijk voelbaar. Als Anton Wachter halverwege zijn middelbare-schoolcarrière naar een andere hbs gaat en hij zijn nieuwe klasgenoten allemaal zo angstwekkend veel op elkaar vindt lijken, voegt opeens de schrijver de lezer toe: Anton kan nog niet weten dat dit nu de monotone menselijkheid is die met de jaren komt.
Zo heeft ook Stahlie af en toe een onderonsje met de lezer, dat in eerste instantie een beetje ouderwets aandoet maar eigenlijk ook meteen zorgt voor nét dat tikkeltje ironie waarin ze zich meester van de situatie toont. Vervoerend én beheerst, zo worden maar weinig romans geschreven.'

WvW, 7 februari 2011


Romans van Vestdijk als e-book

Op 4 augustus 2010 had de redactie van de NRC commentaar op de beschikbaarheid van Nederlandse titels in e-books:

"Het e-boekenvak negeert dat literaire lezers, hoewel verre vies van bestsellers, impressionistische lezers zijn. Ze lezen iets wat een ander aanraadde. Of ineens alle boeken van die ene schrijver, bijvoorbeeld omdat Maarten 't Hart in Zomergasten op tv zo aanstekelijk vertelde over Simon Vestdijk. Ze begrijpen dat een fractie van Vestdijks 52 romans op voorraad is, de magazijnen zijn niet van elastiek. Ze begrijpen niet dat die boeken niet bestaan als het volumeloze e-boek. Waar hebben ze dan eigenlijk die e-reader voor?"

 Inmiddels lijkt hierin verandering te komen met de beschikbaarheid van de Vestdijkromans Pastorale 1943 en Terug tot Ina Damman als e-book.

HT/14 januari 2011

Boeken van Vestdijk werden getoetst aan katholieke moraal

Van 1937 tot 1970 bestond in Nederland de Informatiedienst Inzake Lectuur (Idil), een katholieke recensiedienst die lectuur beoordeelde op de katholieke moraal. Het doel van Idil was voorlichting te geven en propaganda te maken voor het 'goede boek'. Dat gebeurde op particulier verzoek van katholieke uitgevers, boekhandelaren en bibliotheken. Zij wilden vanuit een katholieke moraal richtlijnen voor hun handelen inzake de literatuur. Hierdoor werden bepaalde romans van auteurs als Willem Frederik Hermans en Simon Vestdijk zelfs tot verboden lectuur verklaard. De recensiedienst werd al snel door tegenstanders van censuur beticht. Dat blijkt uit het proefschrift van Cecile van Eijden-Andriessen:
Moralinezuur en voorlichting. De twee gezichten van Idil in het katholieke debat over de moderniteit 1937-1970.

De oprichters van Idil zochten naar praktische richtlijnen om aan de idealistische en emancipatorische doelstelling te voldoen van de strenge katholieke boekenwet, die deel uitmaakte van het kerkelijk wetboek. Zij vonden dat de katholieken te weinig boeken lazen, maar voelden zich onzeker welke boeken zij konden uitgeven, verkopen, aanprijzen en uitlenen
Het corps van recensenten, dat bestond uit geestelijken én leken, beoordeelde onder andere romans, dichtbundels en jeugdlectuur. Voor die beoordeling hanteerden zij een kwalificatiesysteem met cijfers van I tot en met V. Daarbij stond I voor verboden lectuur, II voor streng voorbehouden lectuur, III voor voorbehouden lectuur, IV voor lectuur voor volwassenen alleen, IV-V voor lectuur ook voor de rijpere jeugd, en V voor lectuur voor allen.
Op de lijst van verboden lectuur kwamen onder andere De Tranen der Acacia’s van W.F. Hermans, Het land van Herkomst van E. du Perron, Ik Jan Cremer van Jan Cremer, De Metsiers van Hugo Claus en Op Afbetaling  en De Vuuraanbidders van Simon Vestdijk. Ook de boeken van Jan Wolkers vonden geen genade bij de Informatiedienst.

Soms werden boeken –bij herdrukken- opnieuw beoordeeld. Geen roman van Vestdijk kreeg zo consequent het strengste vonnis (I) als De nadagen van Pilatus. Hierover oordeelde het Idil in 1939: ‘(…) een grove profanatie. Tegenover dit boek kunnen we geen andere houding aannemen dan afwijzing en protest.’  Vestdijk viel de twijfelachtige eer te beurt dat hij als laatste Nederlandse schrijver dat ook in 1963 nog overkwam met deze Pilatus-roman. Vestdijk had onder de recensenten van katholieke huize beslist geen goede pers. Een negatieve Idil-recensie van De dokter en het lichte meisje in 1951 leidde zelfs tot kamervragen van het kamerlid Nederhorst (PvdA). Kritisch waren de katholieke recensenten ook over Else Böhler, en De redding van Fré Bolderhey.

Verzet

De recensenten toetsten de lectuur op zedelijkheid, religiositeit en complexiteit. Door de toenemende secularisering na de Tweede Wereldoorlog oogstte Idil steeds meer verzet, ook uit eigen katholieke kring. De vooraanstaande katholieke literatuurcriticus Anton van Duinkerken betichtte de dienst al in 1949 van preventieve censuur en kreeg daarin bijval van de katholieke pers. Ook vanuit niet-katholieke hoek werd Idil mikpunt van kritiek, onder meer van W.F. Hermans.

Aanpassing aan de moderne tijd was dan ook onvermijdelijk. Idil paste de recensie-instructies tot tweemaal toe aan en vanaf de jaren zestig beoordeelden de recensenten soepeler. In 1970 verdween de dienst, 4 jaar nadat in Rome de ‘Index’ al was opgeheven. Een specifiek katholieke recensiedienst was ook hier te lande overbodig.

De fraai uitgegeven dissertatie (406 pagina’s) is verkrijgbaar bij uitgeverij ZHC te Oosterhout en kost € 29,50.

vW, 8 januari 2011


Naar begin

Naar berichten in 2010

Naar berichten in 2009 en 2008


                                                             

| © 2011 Vestdijkkring | Welkom | Contact Gastenboek | Top |