![]() |
|
Actueel ‘Twee Meesters’ ![]() Op 23 mei is het 125 jaar geleden dat de dichter Adriaan Roland Holst (1888-1976) werd geboren. In leven verwierf hij zich de bijnaam ‘de prins der dichters’. Eens werd hij met de andere grootheid, Simon Vestdijk samengebracht in een tentoonstelling ‘Twee Meesters’ in het Haags Gemeentemuseum (1958) Bij deze gelegenheid lieten zij zich achter de piano fotograferen ‘alsof (curs. vW) ze quatre-mains speelden’, schrijft Jan van der Vegt in zijn biografie over Roland Holst (p.538). De biograaf raakt ook aan de verwantschap tussen Roland Holst en Vestdijk omdat zij beiden wisten wat er tijdens een depressie aan de hand was (p. 597). Het bracht Roland Holst tot de dichtregels die hij schreef na zijn laatste bezoek aan de zieke Vestdijk, die hem aankeek ‘uit een hel van ijs’. Veel eerder, tijdens hun ‘kwatrijnenstrijd’ - later gebundeld in Swordplay –wordplay zond Roland Holst Vestdijk al ‘In ernst’ een kwatrijn waarin hij rept over angst en wanhoop: Tel van uw Brein licht ook de rijkste vangst: Het edelst in uw denken blijft uw angst. Wie ‘t Eeuwig Wezen loochent, kán nog groot zijn – Wie ’t zonder wanhoop doet, is derderangsch. WvW, 23 mei 2013 Ideologisch verdachte kunstpromotie Tobie
Goedewaagen was als hoogste NSB’er in overheidsdienst verantwoordelijk
voor de nazificering van Nederland. Als secretaris-generaal van het
ministerie van Volksvoorlichting en Kunsten richtte hij de Kultuurkamer
op en is hij de ‘vader’ van de overheidssubsidie voor kunst en kultuur.
Na de oorlog kreeg deze intellectueel –een gepromoveerde
filosoof- 12 jaar gevangenisstraf en verdween in de
vergetelheid. Over Goedewaagen verscheen een biografie van Benien van
Berkel en haar proefschrift kreeg een handelseditie Tobie Goedewaagen (1895-1980); een onverbeterlijke nationaalsocialist.
Hieruit blijkt dat Goedewaagen toch niet geheel in de vergetelheid was
verdwenen. In 1953 kreeg Goedewaagen van uitgeverij Glock und Lutz de
uitnodiging deel vier te schrijven in de serie Geistige Länderkunde. Dat deel ging over Holland.
In de paragraaf over letterkunde toont Goedewaagen zich een belezen
kenner te zijn van het werk van Adriaan Roland Holst. Volgens
Goedewaagen hebben de Oorlogservaringen tot nieuwe ontwikkelingen in de
literatuur geleid. Familieromans (à la Couperus) maakten plaats voor
boeken met een nieuw mensbeeld. Als voorbeelden hiervan noemde hij
Blaman, Bordewijk en Vestdijk. Pas als zijn boek op het punt staat te
verschijnen komt de uitgever er achter wie Tobie Goedewaagen is geweest:
het boek verschijnt onder het pseudoniem Theodoor Meursen.WvW, 8 mei 2013 Herkenning en zelfspot bij Campert ![]() Voor zijn wekelijkse column in de Volkskrant (20 april) wil Remco Campert een beschrijving opzoeken die hij zich herinnert uit Vestdijks De dokter en het lichte meisje. Maar hij wordt afgeleid, eerst door de omslagfoto die Vestdijk toont achter zijn schrijfmachine. Zelf kent Campert dergelijke fotosessies ook, meestal tikt hij dan ‘van iedere zin ontdane mededelingen’. Hij denkt dat Vestdijk ‘zich nooit tot dergelijk gebrabbel zou hebben verlaagd’. Dan wordt Campert op de 1ste pagina getroffen door ‘een intrigerende observatie’: de dokter uit de roman ziet collega’s zitten op een terras. Ze zien hem niet en dat wekt het gevoel ‘alsof er iets veranderd was, alsof er een ommekeer had plaatsgehad. Deze verandering voltrok zich binnen in mij, (…)’. De dokter concludeert: ‘Men is anders.’ Campert herkent het hier beschrevene., maar dan als ‘het moment, vlak voor de poëzie losbarst, als bevrijdende regen na een drukkende onweersdag. In 1949 toen Vestdijk zijn materiaal verzamelde voor deze roman bezocht hij café Ebenova, dat in werkelijkheid Casablanca is op de Amsterdamse Zeedijk. In de roman beschrijft Vestdijk dit café uitvoerig. Iedereen kwam er vanwege de muziek, ‘maar er kwam ook wel eens iets provinciaals binnenschuifelen.’ De jeugdige Campert (geboren 1929) kwam daar ook wel, maar kende Vestdijk niet. ‘Er is een gerede kans dat ik de schrijver wel heb gezien. Waarschijnlijk zou ik hem in mijn jeugdige alwetendheid tot de “iets provinciaals” hebben gerekend. Zelf was ik natuurlijk een van de “muzikalen”. Ach ja.’ WvW, 21 april 2013 Het verhaal beklijft Hoogleraar
sociale geschiedenis van de Universiteit Leiden Wim Willems doet als
historisch biograaf ‘enige bekentenissen’ in zijn boek Van wie is de geschiedenis?
Het motto van deze bekentenissen is dat ‘kennis mag verouderen, een
gloedvol verhaal klinkt nog heel lang na’. Daarom is hij er verheugd
over dat biografen weer verhalen mogen vertellen. Al op de eerste
pagina van zijn boek beschrijft Willems het belang van zijn
kennismaking met literatuur. Zoals zijn kennismaking ‘met de
taaltovenaar uit Doorn: Simon Vestdijk’. Voor Willems ‘waren zijn Anton Wachter-romans een openbaring’. Na lezing ervan ‘reisde ik spoorslags af naar Harlingen’.Toch worstelt Willems met het gesproken en geschreven woord: hoe betrouwbaar zijn ze? Hoezeer is de biograaf ook afhankelijk van pleitbezorgers en bloedverwanten? Zo gaat hij in hoofdstuk 3 van zijn boek in op de ‘Weerstanden bij de weduwe’. Willems haalt als voorbeeld Maarten ’t Hart erbij die een inkijkje heeft gegeven in waarom hij geen biograaf van Vestdijk is geworden: het had te maken met de weerstanden die Maarten bevroedde bij de weduwe. Het is de vraag of Willems zich hier er wel voldoende van heeft vergewist in hoeverre het verhaal van Maarten ’t Hart opgenomen in Dienstreizen van een thuisblijver op feit dan wel op fictie berust. WvW, 10 april 2013 Antiquarische boeken met opdracht van Vestdijk afgeprijsd Verliefd op een personage
Aflevering 24 van de feuilleton van Ronald Giphart in de Volkskrant
(9 maart 2012)wordt geflankeerd door de overpeinzing van de auteur dat
schrijvers personages en zichzelf soms niet geheel in de hand hebben.
Vroeger vond Giphart het ‘behoorlijke aanstellerij’ als schrijvers hoog
opgaven over personages uit hun boek die de schrijvers dirigeerden.
Kennelijk denkt hij als schrijver daar nu anders over. Schrijvers
kunnen zelfs gevoelens voor hun hoofdpersoon krijgen. Als voorbeeld
noemt hij Simon Vestdijk die verliefd werd op de kelnerin Anna
Brandner, hoofdpersoon in Een Alpenroman. Dat zij lesbisch en fictioneel was stond zijn verliefdheid op het personage niet in de weg. WvW, 11 maart 2013 Gregoor introduceert Brakman bij Vestd In Lars Bernaerts en Bart Vervaeck (red.), Het binnenste buiten – Werk en leven van Willem Brakman,
Academia Press, Gent 2012, SEL-reeks 4, schreef Gerrit Jan Kleinrensink
het hoofdstuk 'De leerling gist. Willem Brakmans eerste
schrijversjaren' waarin hij aandacht besteedt aan Brakman, Gregoor en
Vestdijk en hun onderlinge relaties. Vermakelijk te lezen hoe de
bescheiden Brakman door de dominante Gregoor bij Vestdijk werd
geïntroduceerd: Brakman mocht zich alleen via Gregoor tot Vestdijk
wenden. Brakman hield zich daaraan. Verbijstering over kap bomen Delftwijk Haarlem HAARLEM - Buurtbewoners van Delftwijk zijn verbaasd dat bomen
in hun wijk zijn gekapt. De oude reuzen moeten wijken voor een ander
stuk natuur: het Simon Vestdijkpark. Haarlems Dagblad/ FH, 1 maart 2013 Foto's en plattegrond aanleg Simon Vestdijkpark /RJ, 13 april 2013 'Van bebouwing naar park', De Haarlemmer, 11 april 2013 (pdf) Vestdijk en Willink Vestdijk
had een zwak voor schilderijen van A.C. Willink, de vriend van E. du
Perron. Dat kwam bijvoorbeeld tot uiting in zijn bewondering voor het
schilderij 'Simon, de zuilenheilige' en in het lange gedicht 'Terras
met Herculesbeelden' in de bundel Thanatos aan banden. In het februarinummer 2013 van het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel
is dit gedicht afgedrukt naast een kleurenreproductie van het in 1940
geschilderde 'Terras met Hercules'. Aanvullend schreef de dichter en
ex-directeur van het Letterkundig Museum, Anton Korteweg, onder de
titel 'Het oog van de dichter' een beschouwing over dit raadselachtige
gedicht dat Vestdijk in februari 1945 schreef. Volgens Korteweg
verbleef Vestdijk toen in het gijzelaarskamp te St. Michielsgestel, wat
onjuist is. Vanaf 25 februari 1943 was hij weer thuis in de Parklaan 6
te Doorn. Los daarvan is Kortewegs analyse de moeite van het lezen
waard. Volgens Korteweg/Vestdijk zijn de helden in het gedicht
'gemankeerde verlossers'. WH, 15 februari 2013 Gedicht 'Terras met Herculesbeelden' Corsari boven Vestdijk Thrillerschrijver Gert Jan de Vries vertelt in de vervolgserie van de Volkskrant ‘De boekenkast van’ over een onderzoek van Lisa Kuitert en hem over de meest gelezen boektitels sinds 1900. Er wordt gewerkt aan een publicatie. Eén resultaat uit dit onderzoek geeft hij al prijs: Simon Vestdijk legt het af tegen Willy Corsari. WvW, 11 februari 2013 Dokters moeten meer literatuur lezen ![]() Paul van Dijk (65) is 30 jaar huisarts geweest in Zaltbommel met een bijzondere belangstelling voor gêne en literatuur. Beide passies heeft hij verenigd in zijn boek Van gêne tot schaamrood (uitgeverij Prelum). Behalve aandacht in zijn boek voor kwalen waarmee mensen maar moeilijk mee bij de dokter komen aanzetten (zoals winden laten en uit je mond ruiken). zijn er ook stukjes in aan te treffen over geschiedenis, antropologie en belletrie. Van Dijk is er voorstander van dat dokters veel romans lezen. In de NRC zegt Van Dijk: Ik ben niet de enige die literatuur voor artsen belangrijk vindt: de Groningse hoogleraar huisartsgeneeskunde G.J. Bremer heeft er bijvoorbeeld ook voor gepleit dat artsen meer romans gaan lezen om zicht te krijgen op hoe bij de patiënt de dingen liggen. Simon Vestdijk, ook een arts, heeft dat voor het eerst aan elkaar gekoppeld." Zo publiceerde Vestdijk in 1964 het essay De zieke mens in de romanliteratuur. WvW, 11 februari 2013 Programma onthulling standbeeld Vestdijk Op zaterdag 2 maart zal in Doorn het standbeeld van Simon Vestdijk worden onthuld. Het programma is als volgt:
Doorn krijgt Vestdijk terug Zaterdagochtend 2 maart a.s. zal Mieke Vestdijk, de weduwe van Simon Vestdijk het bronzen standbeeld van de in 1971 overleden schrijver onthullen. Beeldhouwer Jaap te Kiefte ontwierp het bronzen beeld in 1996 en toont Vestdijk schrijvend achter zijn werktafel. Het beeld staat op het Kerkplein voor de Maartenskerk. Biograaf Wim Hazeu spreekt de genodigden toe. WvW, 27 januari 2013 'The making of ...' ![]() eerst het schaalmodel ![]() de schrijftafel ![]() met schaalmodel op de voorgrond ![]() hier zit de schrijver ![]() het beeld krijgt vorm ![]() het uiteindelijke beeld Zie ook het artikel van 22 december 2012 Meneer Visser: een geval van plagiaat, cryptomnesie of intertekstualiteit? In het dikke winternummer van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, 29ste jrg. Nr. 113 buigt Martin Koomen zich over de vraag wanneer er in de literatuur sprake is van goed jatten of kwalijke beïnvloeding.Hierbij komt onder andere uitvoerig Vestdijks Meneer Visser’s hellevaart ter sprake. E. du Perron vond het best dat Vestdijk zich verwant voelde met Joyce en zich door zijn ‘systeem’ liet inspireren, maar moeite had hij dat Vestdijk een identieke schijthuisepisode toepaste. Er zijn meer overeenkomsten. Prangende vraag: ‘Mag de schrijver van een literair werk ontleningen doen aan de voortbrengselen van zijn collega’s. Of moet dat simpelweg veroordeeld worden als plagiaat, of diefstal van intellectueel eigendom?’ Twee begrippen bieden uitkomst: cryptomnesie en intertekstualiteit. Koomen zelf concludeert: ‘Meneer Visser’s hellevaart mag absoluut niet worden afgeschreven: het is een hoeksteen binnen Vestdijks vroege oeuvre en behalve een Joyce-imitatie vooral ook een geestige, hoogst leesbare roman. WvW, 17 januari 2013 Bravo voor boekhandel NRC Handelsblad publiceert sinds januari een eigen boeken top-tien, samengesteld door elf literaire boekhandels. In de aanloop naar dit zinnige gebeuren verklaarde de boekverkoper van boekhandelaar Verkaaik in Gouda het volgende: 'Bij Verkaaik bestaat het assortiment voor 95 procent uit boeken en 5 % uit kantoorartikelen en wenskaarten. Bovendien hebben we steevast klassiekers van Hermans en Vestdijk in de kast staan, waarvoor onze klanten dan ook daadwerkelijk belangstelling hebben.' Zeg het voort en laat goed voorbeeld tot goed volgen leiden. WvW, 12 januari 2013 Een bijzonder herdenkingsjaar ![]() 2013, wat een memorabel jaar zal dat worden! 200 jaar Koninkrijk, 150 jaar Couperus, 115 jaar Vestdijk, 40 jaar Vestdijkkroniek… Het is Het Nationaal Congres dat 2013 heeft uitgeroepen tot Simon Vestdijk-jaar. Op 17 oktober a.s. is het 115 jaar geleden dat hij geboren werd en in 2013 is het tevens de vijftigste verjaardag van de verschijning van de tweede druk van Vestdijks Door de bril van het heden. Keuze uit eigen werk. Dat al bracht met zich mee dat NPE-redacteur Jurgen Eissink druk doende is geweest het Simon Vestdijk-lemma feestelijk te vermeerderen met fotomateriaal. Men klikke op Vestdijks naam en blikke aldaar: nederlandse poëzie.org/dichters WvW, 2 januari 2013 Beeld Vestdijk op het Doornse Kerkplein Eindelijk is het zo ver. Het standbeeld van Simon Vestdijk zal naar verwachting ergens in maart 2013 worden onthuld op het Doornse Kerkplein voor de Maartenskerk. Dat meldt Henk Branderhorst, voorzitter van het comité dat sinds 1998 zich heeft ingespannen voor de realisatie van het standbeeld, aan het Nieuwsblad De Kaap (21-12-12). Hij is er trots op dat 17 jaar na het initiatief Doorn Vestdijk nu met een standbeeld eert: 'Ik vond het culturele armoede dat Doorn geen eerbetoon voor zo’n groot schrijver had.' Jaap te KiefteHet beeld, ontworpen door de Doornse kunstenaar Jaap te Kiefte wordt thans in brons gegoten in het Gelderse Druten. Het stelt de schrijver achter zijn werktafel voor. Het zal uiteindelijk 2000 kilo wegen. Het heeft lang geduurd, omdat hij op latere leeftijd met tussenpozen er aan heeft kunnen werken. Het kostte veel kracht en artrose hinderde hem. De kunstenaar staat nog steeds achter het ontwerp dat hij al in 1996 heeft gemaakt: 'Vestdijk is een monumentaal schrijver en verdient een realistisch en levensgroot beeld'. Vestdijk is zittend aan zijn werktafel aan het schrijven. Nadat Branderhorst wethouder af was, ging hij samen met de oorspronkelijke initiatiefnemers, de dochter van Vestdijk, Annemiek, en Ruud Binkhorst, ijveren voor het standbeeld. WvW, 22 december 2012 Het schrijversorganisme ![]() De winnaar van de P.C. Hooftprijs A.F.Th. staat al op zo’n dertig boeken. De vergelijking met Vestdijk dringt zich op. Dat deden Jeroen Vullings & Sander Pleij in VN van 13 oktober 2012 onder de titel 'Compromisloos schrijver'. Toch komen zij via een andere route uit bij een vergelijking tussen A.F.Th. en Vestdijk. Vestdijk komt, evenals Thomas Mann, naar voren als iemand met een schrijversorganisme: hij keek naar iedereen 'als potentieel vertelmateriaal'. Aan echte communicatie had hij weinig behoefte, was hij stil en teruggetrokken, maar hing zwijgend, luisterend, observerend 'als een gier boven de anderen'. Zo is A.F.Th. geenszins. In gezelschap is hij ontspannen en gaat op in de gezelligheid. WvW, 19 december 2012 Een literair relletje De toespraak van burgemeester Roel Sluiter tijdens de uitreiking van de Anton Wachterprijs wekte beroering in 'Fryslan'. Hij trok het nut van de tweejaarlijkse bijeenkomst in twijfel nu Harlingen zich er niet meer mee op de kaart kan zetten, omdat weinigen nog weten wie Anton Wachter is, Harlingen in het bekroonde boek van Buwalda niet eens genoemd wordt en in de boekhandel nauwelijks titels van Vestdijk te vinden zijn. Van prijswinnaars zou geëist moeten worden dat Harlingen in hun roman voorkomt. Hierop gonsde een rumoer door de fraaie Grote Kerk. De ironische toon kreeg in de Grote Kerk een valse klank. Jurylid en schrijver Kees ’t Hart reageerde furieus: 'De gemeenteraad moet hem tot de orde roepen. Hij moet worden berispt.' Biograaf Hazeu stapte met een stapel boeken van Vestdijk die de plaatselijke boekhandel Wever in de Grote Kerk had uitgestald op de burgemeester af om hem van zijn ongelijk te overtuigen. De burgemeester betreurde achteraf dat zijn ironische toon niet goed was overgekomen. Prijswinnaar Buwalda stelde mild vast: 'Ironie is een gevaarlijk wapen’. Volgens
hem is Vestdijk nog wel degelijk populair. De commotie over de
toespraak heeft in ieder geval in de lokale en regionale pers enige
neerslag gekregen. In de Leeuwarder Courant van
maandag 12 november stond een halve pagina foto en tekst met als kop
"Literaire rel na ‘ironie’ over Vestdijk". Drie dagen later blikte
columnist Asing Walthaus in dezelfde krant nog eens terug: ‘Bijna
niemand leest meer Simon Vestdijk. Althans niet in zijn geboorteplaats
Harlingen, dat in zijn boeken Lahringen heet. Dat heeft de burgemeester
zelf verteld. Nou dat is niet verbazingwekkend. In Harlingen is geen
bioscoop of schouwburg. Het grootste feest heet Visserijdagen. En
vissers lezen niet, maar staren naar dobbers en denken aan shantykoren.
Gelukkig is er wel een museum, een bibliotheek en boekhandel Wever, die
zo op bestelling 27 boeken van Vestdijk kan leveren.’ WvW, 21 november 2012 Boek en expositie over De Prinsentuin ![]() Liefhebbers van De koperen tuin kunnen hun hart ophalen in het Tresoar in Leeuwarden. Een boek en een expositie besteden aandacht aan het ontwerp en de totstandkoming van deze fameuze tuin die in Vestdijks roman centraal staat. In het fraaie wandelpark bevindt zich tot op de dag van vandaag het etablissement De Koperen Tuin. Het boek, gelijktijdig verschenen met een expositie in Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig centrum, geeft een gedetailleerde kijk op Vestdijks fameuze tuin. Boek en tentoonstelling, getiteld Roodbaards Rijkdom– Landschaps-parken Noord-Nederland 1800-1850, belichten de negentiende eeuwse hovenier,portretschilder, tuin- en landschapsarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851). E. Van der Laan-Meijer en W. Ottens: Roodbaards Rijkdom. Uitg. Bonas Tresoar, Boterhoek, Leeuwarden. T/m 19/1. Inl: tresoar.nl WvW, 8 november 2012 Zie ook artikel 'De Koperen Tuin: de schat van Roodbaard',
Vestdijk op Schiphol ![]() Naast de dependance van het Rijksmuseum op Schiphol vindt men de Airport Library. Deze presenteert –naast allerlei non-fiction in vreemde talen- een leuke collectie Nederlandse literatuur in een groot aantal vertalingen. Zelfs minder hitgevoelige of langzaamaan uit de mode rakende auteurs vinden er een plekje. Zo zag ik werk van Marie Kessel in vertaling, maar ook van L.P. Boon. Vestdijk blijkt vertegenwoordigd met twee boeken. Les voyageurs, traduit du Néerlandais par Louis Roelandt, Editions Universitaires, 1966, is de vertaling van De kellner en de levenden. Un fou chasse l’autre, traduit du Néerlandais par Spiros Macris, Phebus, Paris 2004, is de vertaling van De redding van Fré Bolderhey. Voor de prachtige “Illustratice du couverture” is het schilderij Melancholie (1894-1895) van Edvard Munch gereproduceerd. FH, 3 november 2012 Proust, Vestdijk en Oek de Jong ![]() In een groot interview in Vrij Nederland van 29 september 2012, gepubliceerd vlak voordat zijn omvangrijke roman Pier en oceaan uitkwam, vertelde Oek de Jong over zijn relatie tot het werk van Vestdijk. Hij vertelt dat hij in 2003 A la recherche du temps perdu van Proust las. “Naderhand zag ik dat Vestdijk aan zijn door mij bewonderde Anton Wachter-cyclus was begonnen na lezing van Proust!” Hij vertelt dat hij in Pier en oceaan anders werkt dan Vestdijk deed. “Al mijn voorgangers focussen op hun alter-ego. Ik focus op vier personages uit drie generaties, zodat mijn alter ego heel veel voorgeschiedenis krijgt.” Hij toont “… hoe allerlei eigenschappen en omstandigheden doorwerken in de generaties. Dat mis ik bij Tolstoj, bij Vestdijk, en tot op zekere hoogte ook bij A.F.Th. van der Heijdens romancyclus De tandeloze tijd. Over Anton Wachters ouders kom je weinig te weten, over de grootouders nog minder.” “Erotiek is in mijn roman belangrijk, maar besef: dat terrein is pas zo’n veertig jaar geleden vrijgegeven. Vestdijk moest nog heel veel versluieren of weglaten.” FH, 3 november 2012 Vestdijk, W.F. Hermans en Maarten ’t Hart In oktober 2012 verscheen Willem Frederik Hermans, Volledige werken deel 15, gevuld met beschouwend werk. Deze wetenschappelijke uitgave heeft een omvangrijk register, waarin de naam van Vestdijk een paar keer opduikt. Het citaat hieronder komt uit een artikel dat Hermans schreef over een bundel van Maarten ’t Hart, getiteld Een dasspeld uit Toela (1991), “Maarten heeft de volledige werken van Vestdijk, zoals hij elders eens mededeelde, nota bene volledig aan zijn vrouw voorgelezen onder de afwas. Tachtig boeken. Veronderstellen we dat tachtig boeken van Vestdijk vierentwintigduizend bladzijden tellen (een lage schatting), nemen we in aanmerking dat het gezinnetje ’t Hart uit twee personen bestaat (over kinderen heb ik hem nooit gehoord) en dat er dus dagelijks twee borden, twee messen en twee vorken, plus de pan waarin ze de piepers hebben gekookt moeten worden afgewassen, dan kan Maarten per dag toch maar op z’n hoogst tien bladzijden hebben voorgelezen, zelfs als mevrouw ’t Hart heel langzaam afgewassen heeft. Het voorlezen van Vestdijk’s werken kostte hem derhalve een kleine zeven jaar, mits er elke dag is gegeten, afgewassen en voorgelezen.” (p.470-471) FH, 3 november 2012 Simon Vestdijkpark in Haarlem In het najaar van 2012 is in Haarlem-Noord begonnen met de aanleg van een park dat de naam Simon Vestdijkpark heeft gekregen. Het ligt tussen het nieuwe Marsmanplein en de P.C. Boutensstraat en tussen de Martinus Nijhofflaan en de Jan Prinslaan. Het park is 180 meter lang en varieert in breedte van 45 tot 77 meter. Buurtbewoners mochten een naam verzinnen. Mevrouw Nora Nustun bedacht het Simon Vestdijkpark. In Haarlems Dagblad van 19 oktober 2012 vertelde zij: “Ik woon in de Slauerhoff hier vlakbij (een wooncomplex). Ik wandel vaak met mijn kinderen en gastkinderen en ik vind het belangrijk om ze dan verhalen te vertellen. De schrijvers Slauerhoff en Vestdijk leerden elkaar kennen op de universiteit. Er zit een mooi verhaal achter. Juist een park is een prachtige plek om elkaar verhalen te vertellen”. ![]() De relatie tussen Vestdijk en Haarlem is bekend: grootvader Vestdijk was een vondeling, die in 1830 werd gevonden op de hoek van de Oostvest en de Dijkstraat. Opa Vestdijk vestigde zich in 1854 als gymnastiekleraar in Haarlem. In de Schaghelstraat, nummer 3, zat ooit een gymnastiek-, scherm- en dansschool, in 1866 door grootvader Vestdijk gesticht. Siersmeedwerk boven de ingang herinnert nog altijd hieraan. FH, 3 november 2012 Verkeerde beeldvorming Op 24 oktober 2012 is Fantoompoezen van Rascha Peper verschenen. Het bevat een selectie van haar columns in NRC-Handelsblad.
Bijzonder is de column, ook opgenomen in haar boek, waarin de
schrijfster melding maakt van haar ongeneeslijke ziekte. Hoewel zij nog
werkt aan een roman, weet ze nu al dat ze deze niet meer af zal
krijgen. Haar leven gaat door en is gericht op het behalen van
tijdwinst. In een gesprek met Elsbeth Etty (NRC-H. 19 okt.)
zegt ze zichzelf te beschouwen ‘als een romanticus uit de school van
Slauerhoff’, evenwel ‘getemperd door de nuchterheid van Elschot
en Bordewijk.’ Aan het slot legt Etty Racha Peper haar uitspraak
van jaren her voor: ‘De essentie van schrijven is schrijven tegen de
dood. Je schrijft om te blijven bestaan.’ Maar daar maakt ze zich geen
illusies meer over; nu vindt ze het ‘pathetisch’ klinken: ‘Kijk hoe het
gegaan is met veel bekendere schrijvers dan ik, zoals Vestdijk, mijn
grote voorbeeld. Wie leest hem nog?’ Opnieuw een voorbeeld van een onjuiste beeldvorming over ‘de literaire dood’ van een schrijver. Welke dode dichter wordt meer gelezen dan toen hij nog in leven was? Gemeten aan dat criterium zou er nauwelijks nog wereldliteratuur zijn! Vestdijk wordt altijd nog gelezen, nooit is hij een bestseller geweest, maar een schrijver voor fijnproevers. En zeker leeft hij voort als een schrijver zoals Racha Peper zichzelf toewenst: ‘het is mooi als je iets nalaat waarin je je diepste gedachten, je fantasieën, je kijk op de wereld en je gevoel voor humor hebt neergelegd.’ Nog mooier is dat er lezers zijn die dat willen lezen. WvW, 24 oktober 2012 Anton Wachterprijs naar liefhebber van 'Vestdijks volle zinnen' ![]() De Anton Wachterprijs 2012 gaat naar Peter Buwalda voor zijn debuutroman Bonita Avenue. De vakjury prijst de roman om 'de rijke inhoud en de volwassen stijl.' Buwalda was in 2011 te gast op een symposium van de Vestdijkkring over De kracht van het voorbeeld . De auteur zei toen in een gesprek met Wim Hazeu dat hij bewondering had voor 'Vestdijks volle zinnen'. Op 10 november vindt de uitreiking plaats van de prijs in Harlingen, samen met de Ina Dammanprijs die naar Wim Hazeu gaat. WvW, 18 oktober 2012 Noodkreet voor redding van Rijksmuseum voor Letterkunde WvW, 1 oktober 2012 Drie verfilmingen van Vestdijk romans in DVD-box! ![]() Drie boekverfilmingen van Vestdijk zijn in één dvd-box verschenen. Het gaat om drie bekende meesterwerken: Ivoren Wachters, De ziener en Het glinsterend pantser. De romans werden verfilmd ter gelegenheid van Vestdijks 100e geboortedag in 1998. In Ivoren Wachters botst de gymnasiast Philip met het gezag. Hij haalt het bloed onder de nagels van zijn Nederlandse leraar Frits vandaan. Frits beledigt op zijn beurt Philip over diens slechte gebit en vanaf dat moment volgen een aantal bizarre gebeurtenissen ..... Het loopt uit op een botsing tussen burgerlijkheid en dichterschap. Een enerverende verfilming door Dana Nechushtan met o.a. Stijn Westenend, Roef Ragas, Gwen Eckhaus, Cees Geel, Elvira Out, Joop Doderer en Carice van Houten. Script: Theo Nijland. Volgens Vestdijk is De ziener één van zijn beste romans. Hij schreef dan ook zelf het script voor de verfilming waarvoor Gerrit van Elst de regie voerde. Pieter Le Roy is een voyeur die als liefdesmakelaar in zijn vrije tijd vrijende paartjes begluurt. Zijn nieuwe huurster, een lerares Frans, ontvangt wekelijks een leerling. Om hen te manipuleren, stuurt hij een roddel de wereld in over een vermeende relatie. Dit brengt hen nader tot elkaar, maar houdt de relatie stand? In de hoofdrollen o.a.: Porgy Franssen, Carine Crutzen, Gijs Naber, Elizabeth Hoytink en Liz Snoyink. Het glinsterend pantser is het bloedstollend verhaal over een auteur die gefascineerd raakt door zijn jeugdvriend Victor, die inmiddels een gevierd dirigent is. Victor verleidt vele vrouwen door zijn uitstraling en prachtige muziek. De auteur besluit een boek over hem te schrijven en gaat daarin tot het uiterste om de raadselachtige Victor beter te doorgronden...... Naast de schitterende Thom Hoffman als Victor, spelen Victor Löw, Tamar van den Broek, Loes Wouterson en Ricky Koole hoofdrollen. De regie is van Maarten Treurniet. Script: Jan Blokker TDM Entertainment adviesprijs: EUR 29,99 Aanbod shop van de krant: EUR 19,95 WvW, 27 september 2012 Van Maanen: veel geprezen, helaas weinig gelezen Op 17 augustus overleed op 91 jarige leeftijd Willem G. van Maanen auteur van een twintigtal romans, waarvan Droom is het leven, De onrustzaaier en Heb lief en zie niet
om tot de bekendste behoren. Na het bekend worden is Van Maanen
veelal herdacht als een veel geprezen, maar toch weinig gelezen
schrijver. Zo zei Wim Hazeu voor het NOS journaal dat hij 'in de
schaduw van Vestdijk leefde, die hij zeer bewonderde’. Het was, volgens
Hazeu Van Maanen liever geweest als hij meer lezers had gehad. In een
van de weinige interviews (lezentv) zegt Van Maanen dat hij als
13, 14-jarige jongen al Vestdijk las. Zijn moeder vond dat wat te
vroeg, maar juist 'het waagstukje’ en 'de ingewikkeldheid’ trok hem
aan. Van Maanen wilde weten 'hoe Vestdijk eruit kwam’. In Vrij Nederland (week 36) roemt Jeroen Vullings De onrustzaaier
om zijn toegankelijkheid, welke misschien mede te danken is aan de
invloed van Vestdijk op Van Maanen. 'Zeg ik het oneerbiedig, dan is dat
boek, incluis alle verdiensten: Vestdijk voor kinderen. Dat
voortdurende geredetwist, die combattieve botsing van wereldbeelden in
scherpe dialogen van een nogal adolescent-verbeus karakter – dat ademt
Vestdijk. Ook diverse personages uit het boek behoren volgens Vullings
tot 'de Vestdijk-familie, waarin het wemelt van de ongunstige meneren
Visser’. WvW, 12 september 2012 Mulisch' vadermoord op Vestdijk ![]() Onlangs verschenen enkele jaargangen van Vooys digitaal in DBNL. In de eerste aflevering van jaargang 13 van Vooys staat een interessant artikel van Jos Buurlage over de entree van Harry Mulisch in het literaire leven, onder de titel: ‘Sympathiebetuigingen, polemieken en een vadermoord.’ Buurlage gaat uitvoerig in op de in 1951 geschreven novelle Chantage op het leven van Mulisch. Dit werk is te lezen als een reactie op de twee jaar daarvoor verschenen roman van Vestdijk De kellner en de levenden. De gelijkenissen tussen beide werken zijn inderdaad opvallend, evenals de verschillen. Voornaamste verschil ligt in de strekking van beide werken: bij Vestdijk kiezen de twaalf voor de christelijke waarden in het leven, bij Mulisch worden de christelijke ingrediënten gebruikt om er een negatieve strekking aan te geven. Waar Vestdijk als auteur geen afstand van het Christendom lijkt te nemen, zie zijn Toekomst der religie waar het Christendom pas op termijn zal verdwijnen, gebruikt Mulisch materiaal van Vestdijk om ‘het open te breken en om te keren’. Jos Buurlage signaleert evenwel dat de modernist Vestdijk voor Mulisch een ‘literaire vader’ zou kunnen zijn. Maar deze vader wordt ‘met zijn eigen wapens bestreden: zoals Vestdijk materiaal van Joyce benut, gebruikt Mulisch ingrediënten uit De kellner en de levenden om met Vestdijk af te rekenen. Deze”vadermoord” vormt een constante in het oeuvre van Mulisch.’ Zie Vooys, jaargang 13, Utrecht 1994-1995. WvW, 6 september 2012 Wat te prefereren: een canon van boeken, van schrijvers of een goed leraarsadvies? De altijd betrokken Aleid Truijens maakt zich zorgen over het literatuuronderwijs. In De Volkskrant
van 15 augustus is zij bedroefd: ‘Niemand vindt literatuur nog
belangrijk.’ Zij is voorstander van een nieuwe literaire canon, maar
dan niet een van boeken, maar van schrijvers waarmee de jeugd via het
onderwijs kennis moet maken. Zij realiseert zich evenwel dat ‘…zo leuk
als ander kindervermaak wordt lezen toch niet.’ Maar Truijens is vast
van mening dat, pas als je een standaard neerzet het vak letterkunde
wat voorstelt. Een dag later krijgt de column van Truijens een vervolg. De Volkskrant honoreert de reactie van Henk Slechte uit Schiedam als ‘de brief van de dag.’ Hij vindt het pleidooi van Truijens sympatiek, maar krampachtig. De briefschrijver herinnert zich zijn leraar Nederlands K.W. Staal, wiens gezicht en naam hem nog levendig voor de geest staan: ‘Hij vertelde ons bevlogen wie Vestdijk was, waarom hij hem de grootste schrijver van dat moment vond, en waarom wij zelf moesten ervaren of wij dat ook vonden. Ook had hij voor iedereen een leesadvies met toelichting. De jongen die naast mij zat moest beginnen met Ierse nachten. Mij raadde hij Puriteinen en Piraten aan, omdat ik van geschiedenis hield. (…) Als we het boek terugbrachten, praatte hij er met ons over, gewoon na schooltijd en natuurlijk alleen met wie dat wilde. Zelf heb ik toen nagenoeg alles van Vestdijk gelezen, en ik ben ook op zoek gegaan naar andere schrijvers. Daar ligt mijn inziens de sleutel: het enthousiasme en deskundigheid van de leraar. Ik ben er altijd van overtuigd gebleven dat leesdwang niets oplevert.’ Wat hiervan te denken? Beiden hebben gelijk. Aleid Truijens ziet goed dat binnen de veelheid van aanbod 'een standaard' nodig is om mee te tellen. Maar de briefschrijver raakt aan wat ik zelf altijd als de essentie van onderwijs heb gezien. Deze is zo mooi verwoord door Thomas Mann in Doctor Faustus: ‘onvermoede belangstelling creëren, is veel meer de moeite waard dan een al bestaande belangstelling van dienst te zijn.’ Wilbert van Walstijn, 16 augustus 2012 Leesadvies over Romeinse keizers Het overlijden van Gore Vidal brengt Jona Lendering tot het volgende advies over boeken waarin Romeinse keizers figureren: 'Over de Mémoires d’Hadrien, De berg van licht en Julian bestaat geen twijfel: topboeken. Maar verder toch eerder De nadagen van Pilatus van Simon Vestdijk. Niet helemaal een keizerroman, maar Caligula is voldoende aanwezig om hem mee te laten tellen. De roman is ongeveer even oud als Graves’ Claudiusboeken, maar is onverminderd actueel.' Weblog van Jona Lendering WvW, 13 augustus 2012 Eerbetoon aan Lahringen In
NRC Handelsblad van 4 augustus schreef Jan Huijnink over de volgende
coïncidentie onder het kopje Eerbetoon: 'Zomer aan de Lek. Onder een
blauwe hemel vaart veerpont Stad Schoonhoven
zwaarbeladen heen en weer. Op deze druk bevaren vrachtverkeersroute
geen sinecure. Aan de oever in het gras gezeten herlees ik Vestdijks Meneer Visser's hellevaart
, de tweede roman waarin Vestdijk putte uit zijn Harlingse
jeugdherinneringen. Een ver verwijderde werkelijkheid maar even
werkelijk als de bedrijvigheid op de rivier. In de rij van
vrachtvaarders nadert nu een enorm lange boot uit de richting
Rotterdam. Zeker twintig grote Maersk-containers vormen achter elkaar
een grijze wand. Het schip voert geen natievlag. Het heet Lahringen.'WH, 5 augustus 2012 Sterk beeld van de 175 jarige Nijgh In
2012 bestaat uitgeverij Nijgh en Van Ditmar 175 jaar. De geschiedenis
ervan is door C.J. Aarts en M.C. van Etten in een boek van 512 pagina’s
vastgelegd, ingedeeld in tien periodes. Het boek bevat honderden
plaatjes van bekende en onbekende boekomslagen, prachtig
gereproduceerd. Ze worden verlevendigd met citaten uit brieven,
interviews of recensies en er wordt informatie gegeven over ontwerpers,
formaten en prijzen.Voor de Vestdijkliefhebber is vooral hoofdstuk 4, Démasqué der schoonheid interessant. Het behandelt de periode 1931-1940, de periode van de Forum-generatie en de Nieuwe Zakelijkheid. Nijgh was immers de uitgever van het tijdschrift Forum. Er is veel te genieten in dit boek, met name visueel. De prachtige bandontwerpen uit de jaren 30, de smaakvolle paperbacks uit de jaren zeventig en tachtig, niet iedere lezer zal ze kennen. In VK 121 volgt een uitvoeriger bespreking. C.J. Aarts en M.C. van Etten, 175 Jaar Nijgh en Van Ditmar, Nimmer Dralend 1837-2012, Amsterdam 2012, ISBN 978 90 388 9480 5. Prijs euro 45,-. Website Nijgh en van Ditmar FH/WvW, 28 juli 2012 Lichaamsproza en verbeelding gaan niet gelijk op De Groene Amsterdammer (19/26 juli) gaat over het lichaam. Aan de orde komen onder meer het schoonheidsideaal, het bovenmenselijke van de sporter en het dode lichaam. Bij dit alles voegt zich Kees ’t Hart die in het artikel over ‘de vlezige lippen van Emma Bovary’ tot de conclusie komt dat hoe nauwkeurig het lichaamsproza van een schrijver ook is , de lezer creëert toch zijn eigen beeld van het beschreven personage. Toen Kees ’t Hart Emma Bovary goog lede kreeg hij een ‘adembenemende hoeveelheid plaatjes te zien, maar nooit was daar ‘zijn’ Emma bij. Romanschrijvers, zo beweert ’t Hart, werken bij persoonsbeschrijvingen vrijwel altijd met voorbeelden uit hun omgeving. Dat deed Flaubert, maar ook Vestdijk is hier een goed voorbeeld van. De Anton Wachter-cyclus staat er bol van met Ina Damman als het grote voorbeeld. Volgens Vestdijk versterkte het de geloofwaardigheid en bood het een kans de blik van de verteller in beeld te brengen. Ook in andere romans volgt Vestdijk dit procedé. Kees ’t Hart gaat uitvoeriger in op het voorbeeld van Adri Dupré in Het glinsterend pantser. Hiervoor stond Mieke van der Hoeven model, zijn latere vrouw. In een ‘schitterende tekst’ combineert Vestdijk zijn ‘verwarring’ over haar verschijning met ‘lelijkheid’. WvW, 23 juli 2012 Reactie Rijnders op het overlijden van Komrij Gerardjan Rijnders, regisseur van Hamlet in de vertaling van Komrij, reageerde in de NRC op het overlijden van Gerrit Komrij: ‘Ik heb zijn vertalingen altijd gewaardeerd. Ik herinner me het woord "warrelklomp". Schitterend. Ik dacht dat het een nieuw woord was, maar het staat in Vestdijk. Zo werkte hij.’ WH, 17 juli 2012
Hans van Velzen over Terug tot Ina Damman![]() Vestdijk troost vrouwen die worstelen met ouderdom Een discussieprogramma gaat meestal en liefst tegengestelde kanten op. Presentator (Cees Grimbergen) en omroep (Max) willen echter nog wel eens kleur bekennen. Zo ook op woensdag 11 juli toen Hollandse zaken gewijd was aan (vooral) vrouwen die worstelen met het ouder worden. Ze voelen zich al gauw afgeschreven en ploeteren zich door een medisch circuit. Na 45 minuten bood de presentator troost. Hij citeerde 'de oude dichter Vestdijk tot slot': Wie nimmer, naast haar aan de berm gelegen, Geduldig al haar rimpels heeft geteld Verdient geen vrouw uit wie gezang opwelt (uit: Madonna met de valken) WvW, 12 juli 2012 Aandacht voor de dichter Vestdijk in Doesburg Sinds 1997 kent Doesburg een poëziekring die onder de vlag vaart van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. In oktober 2012 staat de dichter Vestdijk centraal in één van de acht maandelijkse huiskamerbijeenkomsten. Vooraf zullen 20 tot 25 gedichten van Vestdijk worden gelezen en besproken door acht leden van dit gezelschap. Organisator Ed Krabbenbos te Doesburg zal de Vestdijkkroniek berichten welke gedichten zullen worden geselecteerd. WvW, 10 juli 2012 Ulysses of Meneer Visser? Er is een nieuwe vertaling uit van Ulysses. Erik Bendervoet en Robbert-Jan Henkes hebben een vertaling ‘voor de gewone man’ gemaakt. In VN van 16 juni vraagt Rob Schouten zich af of hij lezing van de beroemde roman van James Joyce moet aanraden. Zelf las hij deze op jeugdige leeftijd en het was geen onverdeeld genoegen. In 1998 stond de roman op een Engels lijstje als de beste Engelse roman. Echter op een ander lijstje uit 2007 met de meest ‘onuitgelezen romans’ verscheen Ulysses op drie. Volgens Schouten kun je de roman vaak aantreffen op ‘snoblijstjes’. De roman is ‘vooral een verbaal experiment’. Schouten beveelt andere ‘eendaagse romans’ aan waarin je ál gauw meer omtrent het menselijke karakter leert. Hij noemt Virginia Woolfs Mrs. Dalloway en Vestdijks Meneer Vissers hellevaart. Vestdijk was volgens Schouten een van de eersten in Nederland die een behoorlijk essay aan Ulysses wijdde en met Joyce ‘techniek aan de haal ging’. Ook Vestdijk legde de nadruk op het talige karakter: ‘Er gebeurt niets in Dublin. Ieder gebeuren, ieder wezenlijke handeling, alle gedachten, gevoelens, sensaties, iedere zichtbaarheid, ieder zintuig is onteigend ten behoeve van het woord’. http://www.vn.nl/boeken/uitgelicht/ulysses-voor-de-gewone-man/ WvW, 19 juni 2012 ‘Taalkunde en letterkunde hebben elkaar nodig’ Anneke Neijt, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Radboud universiteit hoopt dat taalkunde en letterkunde naar elkaar toegroeien, want taalkunde en letterkunde hebben elkaar nodig. Zij denkt ‘dat kennis van de vormenrijkdom van een taal nodig is bij het bestuderen van de literatuur van die taal. Anderzijds doet de taalkunde zichzelf tekort als ze literaire teksten en vormen buiten beschouwing laat’. Om dat te adstrueren gebruikt zij in haar colleges fonologie De glanzende kiemcel van Vestdijk. Hij schreef over het verschil tussen accent, klemtoon en ritme ‘op een manier die alleen maar een bewonderend ehum kan ontlokken – zoveel mooie woorden en dan de lezer achterlaten in volledige verwarring! Dat alleen al maakt de taalkundige in mij nieuwsgierig naar iemands taalvakmanschap. want schrijven kon Vestdijk natuurlijk wel’. Taalkunde en letterkunde delen de drie belangrijkste objecten van onderzoek: het taalsysteem, het taalproduct en de mens. Toch bleef de kloof ertussen ‘even diep als altijd’. nederl.blogspot.nl/2012/06/anneke-neijt-taalkunde-en-letterkunde.html WvW, 11 juni 2012 ‘Literatuur wordt steeds kortademiger’ Een bericht in de Volkskrant van 4 mei schetst een somber perspectief voor schrijvers, vooral voor hen die niet meer onder de levenden zijn. Schrijven voor de eeuwigheid gaat niet op, want zelfs van invloedrijke schrijvers reikt de stilistische invloed niet veel verder dan een kwart eeuw. Dit zeggen Amerikaanse computerwetenschappers op basis van 7733 gedigitaliseerde boeken in het Project Gutenberg. Zou er soelaas zijn voor Vestdijk? Hij schreef in het Nederlands en niet in de Engelse taal waarop dit onderzoeksproject zich richtte. Rockmore c.s. karakteriseerden boeken van duizenden auteurs sinds 1550 aan de hand van content free words, die het stilistische cement vormen van teksten. Uit de analyse blijkt ook dat literatuur steeds kortademiger wordt, d.w.z. dat een stijl steeds korter invloed uitoefent. Volgens Rockmore een aanwijzing voor het ontbreken van een canon in de literatuur. WvW, 6 juni 2012 Nederlandse poëzie komt online Op dinsdag 24 april 2012 is de Nederlandse Poëzie Encyclopedie online van start gegaan. Het biedt een overzicht van alle Nederlandstalige professionele dichters vanaf 1900. Elke dichter en elke reguliere bundel worden met een eigen pagina in de NPE opgenomen. Over de dichters voorziet de encyclopedie in biografische gegevens. Ook is er aandacht voor verschenen bloemlezingen. Het project wordt gesubsidieerd door Het Nederlands Letteren Fonds. Het bevindt zich thans nog in de productiefase, maar kan al worden geraadpleegd. Vestdijk is uiteraard ook voorzien, maar nog niet online. Het webadres is: nederlandsepoezie.org. WvW, 25 april 2012 NB: inmiddels is een uitgebreide pagina over Vestdijk toegevoegd. HT, 11 juni 2012 De overeenkomst tussen Facebook en het lyrisch beginsel van de roman Soms wordt de roman ‘dood verklaard’ (Couperus), dan weer is er sprake van een ‘revanche van de roman’ (Vaessens) of lopen hedendaagse schrijvers tegen het verwijt aan of zij ‘wel goed zien?' (Heijne) Regelmatig is er discussie over de roman. Zo onlangs weer in De Balie te Amsterdam. Hier sprak onder meer Maarten Doorman, dichter, filosoof en hoogleraar kunstkritiek. Zijn lezing was wel zo de moeite waard dat De Volkskrant deze publiceerde (14 april jl.). Slechts één citaat volstaat: ‘Literatuur is het voortzetten van Facebook met andere middelen’. Een prachtig citaat, waarmee Doorman zich keert tegen de romantische literatuuropvatting volgens welke het ooit anders zou zijn geweest. Ook zogenaamde romantische auteurs, zoals Lord Byron of Baudelaire, gaven ‘uitdrukking aan zichzelf, aan hun eigen narcisme’. En zo zijn we weer thuis bij Vestdijk die het ‘lyrisch beginsel van de roman’ het doorslaggevende beginsel noemde om romans te schrijven: ‘De mens maakt romans, omdat hij een mens is, en de aandriften om het te doen zijn zijn eigen diepste aandriften, die hij in laatste instantie met geen ander individu gemeen heeft’. WvW, 19 april 2012 Heeft een schrijver wel of niet genoeg aan Het jubilerende tijdschrift Vooys (jrg. 30, nr. 1) interviewt Peter Buwalda. De auteur komt hierin te spreken over schrijvers die ‘altijd vanuit zichzelf werken’. Als voorbeeld noemt hij Reve: ‘Die bedacht nooit iemand die niet op Gerard Reve leek- met succes overigens. Terwijl Vestdijk, Anton Wachter daargelaten, zelden iemand bedacht die wél tot in detail op hem leek’. Buwalda wordt dan gevraagd zichzelf in te delen op de schaal Reve-Vestdijk. In zijn antwoord geeft hij zichzelf bloot: ‘Ik hou veel van allebei. Maar ik hoop dat ik meer een Vestdijk ben, dat ik makkelijker andere mensen kan portretteren. Reve had namelijk een hele goeie aan zichzelf. Ik niet, vrees ik’. WvW, 9 april 2012Voor dichters is het bestaan van de ziel geen vraag April is de maand van de filosofie. Voor deze gelegenheid is Bert Keizer, arts, filosoof en publicist, gevraagd het filosofisch essay te schrijven. Het essay verscheen onder de titel: Waar blijft de ziel? Keizer keert zich tegen de neurobiologen voor wie de ziel noch de vrije wil bestaan. Voor hen valt de mens samen met zijn brein. Marjoleine de Vos bespreekt dit essay in haar NRC-column van 30 maart. Zij waardeert de poging van Keizer de ziel te redden. Dichters weten waar ze het over hebben wanneer zij het over de ziel hebben. Twee voorbeelden haalt De Vos aan. Allereerst Wislawa Szymborska die dichtte: ‘Een ziel heb je zo nu en dan/niemand heeft haar ononderbroken/en voor altijd’. Want soms heeft de ziel vrij.. ‘Bij het invullen van formulieren/en het hakken van vlees/ heeft ze doorgaans vrij.En ook bij de dichtregel van Simon Vestdijk uit Mnemosyne in de bergen begrijpt Marjoleine de Vos dat de dichter het heeft over de kern, het wezenlijkste van jezelf als hij dicht: Veel lied’ren zijn gezongen. Doch het ene,/Het ernst’ge, dat de ziel het diepste raakt,/ligt nog te wachten. WvW, 2 april 2012 Fens zat goed in zijn Vestdijkjes ![]() foto: Johannes Abeling (bron dbnl) De boekencollectie van literatuurcriticus Kees Fens (1929-2008) is door dbnl beschreven en online beschikbaar. Wat had deze criticus en essayist in huis? Wel zo’n 7000 banden stonden er in het grachtenpand aan de Keizersgracht in Amsterdam. In 1995 had hij er al zo’n 1000 ‘opgedoekt’ omdat door verhuizing van Zantvoort naar Amsterdam er geen plaats voor was. Volgens de bezorgers van de bibliotheek was zijn Amsterdamse collectie ‘vooral een werkbibliotheek met verschillende zwaartepunten. Fens bewaarde er de boeken die hem dierbaar waren en boeken die misschien van nut konden zijn voor zijn publicaties die hij vooral in de latere jaren steeds meer toespitste op thema’s die hem na aan het hart lagen, zoals de Europese cultuur, geschiedenis en literatuur, het christelijk erfgoed, kunst en architectuur, poëzie en biografie’. Fens zat goed in zijn Vestdijkjes. Hij bezat 97 banden, enkele titels komen in meervoud voor. De meeste banden betroffen romans (46) en essays (26). Opmerkelijk is dat Fens De koperen tuin alleen in de Engelse vertaling in zijn boekenkast had staan. WvW, 18 maart 2012 Vestdijk en de vriendschap Het thema van de boekenweek 2012 zou Vestdijk wel bevallen. Niet alleen spelen vriendschappen en ongemakken in zijn gedichten, romans en verhalen een belangrijke rol, ook schreef hij over zijn eigen vrienden in Gestalten tegenover mij. In de aanloop naar de boekenweek komen beide invalshoeken aan bod. In de boekenweekbijlage van de Volkrant van 10 maart besteedt Erik van den Berg aandacht aan de vriendschap tussen Pijper en Vestdijk. Een vriendschap die ‘geen sinecure’ was. Zo omschreef Vestdijk zijn vriend vanwege zijn scherpe pen als ‘een sijfelende slang’, maar hij noemde hem ook ‘een dierbare trawant’. Over de betekenis van Mahler werden zij het lang niet eens; deze bleef ‘een machtige bron van onenigheid’, schreef Vestdijk in Gestalten tegenover mij. Arjen Fortuin geeft in de NRC van 10 maart zijn beschouwing over het boekenweekthema. Het is zo breed dat het eigenlijk geen thema meer is. Hij vindt een strenge keuze uit vriendenromans nodig. Vestdijk valt bij Fortuin binnen zijn keuze, omdat ‘bij vriendschap de constante dreiging hoort van het verlies van die vriendschap’. Dit aspect van ‘trouw, zonder verbondenheid’ is door Vestdijk behandeld in Surrogaten voor Murk Tuinstra. Ruim aandacht voor de boekenweek is er ook Trouw van 10 maart. De aandacht valt hier geheel op de ongemakken van vriendschap, beter nog op ‘literaire vetes’. Maar liefst tien van zulke langdurige vetes worden samengevat, te beginnen bij de vete tussen Bilderdijk en Siegenbeek nadat de laatste tot hoogleraar Nederlandse taal aan de universiteit van Leiden was benoemd, tot aan de botsing tussen Grunberg en A. F. Th van der Heijden in 2007 toen Grunberg kritiek leverde op de schrijverskwaliteiten van A.F.Th. In een apart essay plaatst Jaap Goedegebuure literaire vetes in een historisch perspectief. ‘Kinnesinne hoort bij het literaire leven zoals klieren bij de puberteit’. Hij noemt dit ‘een typische vorm van baltsgedrag’ waarin mannen zich doorgaans harder weren dan vrouwen. De conclusie is, dat ‘nodeloos kwetsen een mediarage van de laatste jaren lijkt. Maar Nederlandse schrijvers gaven het voorbeeld’. WvW, 12 maart 2012 Specialiteit of specialist, er ontbrandde bij Vestdijk geen heilig vuur Arko Oderveld, medisch filosoof, schrijft in het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde van 25 februari 2012 over Vestdijk als ‘schrijvende arts’. Er is volgens Oderveld geen andere arts-schrijver te vinden die zozeer zijn ‘medische scholing systematische literair heeft verwerkt’. Toch was Anton/Simon ‘niet bepaald gedreven om arts te worden’, ook niet in ‘dat hoger stadium, dat zijn moeder “specialiteit” en tante Bertha, een nieuwe mode volgend,“specialist” noemde.’ NED TIJDSCHR GENEESKD. 2012 25 februari;156(8):b793 WvW, 9 maart 2012 Maarten ’t Hart over Vestdijk Op 7 april 1988 ontving de zeventienjarige scholier Jeroen Louis van Maarten ’t Hart antwoord op de vraag hoe hij over Vestdijk dacht. De scholier maakte voor de toenmalige Rotterdamse Vrije School een eindwerkstuk. Als onderwerp koos hij zijn favoriete schrijver Simon Vestdijk. Ter voorbereiding vroeg Louis een aantal kenners naar hun mening over de Doornse schrijver. Hieronder ook Maarten ‘t Hart. Louis heeft deze brief, waarin Maarten zegt ‘zijn fascinatie voor het fenomeen Vestdijk verloren te hebben’ gepubliceerd op zijn website. Louis belooft binnenkort nader in te zullen gaan op de inhoud van de brief. De redactie van de Vestdijkkroniek heeft hem hiertoe uitgenodigd. WvW, 9 maart 2012 Een tweede leven voor Rumeiland als ebook ![]() De veelgeprezen historische roman Rumeiland is als ebook verschenen bij de Haarlemse uitgeverij De Rode Kamer. Het ebook is de 16e editie van de roman. Ron Bezemer, directeur van uitgeverij de Rode Kamer, vindt het een groot manco dat de boeken van Vestdijk, de “grootste Nederlandse schrijver van de afgelopen honderd jaar “ - met ruim 200 titels - bijna nergens meer te krijgen zijn. Zelfs niet in veel bibliotheken. “En van zijn hele oeuvre is tot nu toe slechts 1 titel als ebook verschenen. Als de erven willen meewerken, gaan wij daar verandering in aanbrengen.” In werkelijkheid zijn er nu totaal 4 romans van Vestdijk als ebook uitgegeven. Rumeiland kreeg bijna zestig jaar na zijn eerste verschijning een vijftiende en extra sierlijke herdruk bij uitgeverij Conserve. Deze nam in 1999 het initiatief tot de nieuwe editie van Vestdijks historische roman uit 1940. Mieke Vestdijk verzorgde eigenhandig de herspelling en achterhaalde tegelijkertijd talloze fouten en foutjes die in de loop van de eerdere veertien drukken in de tekst geslopen waren. De nu verschenen ebookuitgave van uitgeverij de Rode Kamer is gebaseerd op de herdruk van Conserve, die is uitverkocht en niet herdrukt. WvW, 6 maart 2012 Veel liefde voor Vestdijk hielp niet
Het in 2010 verschenen verhaal ‘Uit liefde voor Vestdijk’ van Merijn de
Boer laat de lezer achter met het raadsel of de liefde voor Vestdijk
wel zo groot is als de titel uitdrukt. Aan het slot van het verhaal zet
de ik-figuur immers al zijn Vestdijks op straat. Misschien is de liefde
voor Vestdijk vervlogen, maar een andere waarheid blijft overeind: in
dit verhaal wordt Anton Wachter’s isolement getransformeerd naar
Maarten Ruiters, pseudoniem voor een personage die in werkelijkheid
achter de initialen S.W. schuilgaat. Een verwijzing naar de namen Simon
en Wachter? De ik-figuur in dat verhaal plaatst een contactadvertentie
in de krant. Hij is een veertiger en belegger, die met iemand anders
alle tweeënvijftig romans van Simon Vestdijk wil (her)lezen. Op
jeugdige leeftijd ontdekte de ik-figuur Simon Vestdijk. Het is ook de
leeftijd waarop de ik-figuur ervoer in een isolement te verkeren. De
belegger, die dus voorgeeft Maarten Ruiters te heten, krijgt drie
medelezers over de vloer: eerst de jonge vrouw Barbara Grazand en later
haar moeder, de weduwe Elze en tenslotte nog even de Duits sprekende
John Schult. Maarten vindt de dochter een bedriegster, die uit is op
geld, maar niet echt om Vestdijk geeft. Met de weduwe Elze leest hij
zesenveertig romans; er is sprake van toenadering. Echter ’Maarten’
ontwijkt vragen over zijn verleden, hopende dat Elze hem leert kennen
via de Vestdijk-lectuur. Ook bij het lezen van Vestdijks Bevrijdingsfeest
lukt dat niet. Het boek ging hem zelfs tegenstaan. Aan het slot wordt
Vestdijk in vuilniszakken aan de straat gezet. Is dit een literair
statement over Vestdijk als romancier? Nee, het is een tragisch
besluit, genomen nadat de hoofdpersoon tot de ontdekking kwam dat hij
zijn isolement niet heeft kunnen opheffen. S.W heeft zich schuil
gehouden, heeft zich niet geopenbaard. De Vestdijk-lectuur is voor hem
geen ‘bevrijdingsfeest’ geworden.Merijn de Boer: Uit liefde voor Vestdijk, in De Gids, maart 2010, p.166-176 WvW, 16 februari 2012 Helaas is dit verhaal niet opgenomen in de verhalenbundel Nestvlieders waarvoor de jonge auteur de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2012 is toegekend. WvW, 20 april 2012 Waar staat Vestdijk in uw boekenkast? De Volkskrant is in de indeling van boekenkasten gedoken. Op woensdag 1 februari werden enkele personen gevraagd iets te onthullen over welk systeem zij gebruikten bij de plaatsing van boeken in hun boekenkast. Marente de Moor vond dit een te intieme vraag. Jan Siebelink kon zich dat wel voorstellen en Mieke van der Weij zei dat ‘je boekenbezit een landkaart is van je ziel.’ Het artikel liet Joost Zwagerman niet los. Op 8 februari gaat hij in de Volkskrant in op zijn eigen systeem achter de boekenkast. Op gegeven moment bleek dat de problemen bij een indeling per schrijver hem ‘boven het hoofd groeiden’. Als voorbeeld noemt hij Vestdijk. Moet je diens oeuvre opdelen of bijeen houden? Zwagerman koos voor ‘een speciale Vestdijkplank’. Maar in zijn kast met de Nederlandse essayistiek ontstond zo ‘een gemene leegte. Daar hoorden op zijn minst Lier en lancet en De Poolse ruiter van Vestdijk tussen, omwille van de continuïteit, maar ook omdat Vestdijk bij de afdeling essayïstiek niet afwezig mócht zijn. Dus dat werd weer herordenen (…). Maar dan: Vestdijks De toekomst der religie -moest die titel óók bij de essayïstiek terwijl een plek binnen de sectie godsdienst toch méér voor de hand lag?’ WvW, 8 februari 2012 Schreef Vestdijk wel of geen erotische literatuur? Ooit werd de roman De dokter en het lichte meisje van Vestdijk getroffen door de censuur om zijn amorele en erotische strekking. Dat waren nog eens tijden! Maar in de onlangs verschenen bloemlezing van Elsbeth Etty over zinnenprikkelende erotische verhalen figureert Vestdijk niet meer. De tijden veranderen nu eenmaal. Voor deze bloemlezing deed Elsbeth Etty in de zomer van 2011 diepgravend onderzoek in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek. Doet de Nederlandse erotische literatuur in 80 en enige verhalen
voldoende recht aan de rijkdom aan erotische verhalen binnen de
Nederlandse literatuur? Wie dat enigszins snel wil toetsen kan terecht
bij Vrij Nederland. In de
zomer van 2011 verscheen er een serie afleveringen over de ‘Beste
seksscène’. Hierin zijn tal van auteurs gevraagd naar hun voorkeur op
dit gebied. En jawel: in de editie van 20-08-2011 lezen we in de bijdrage van P.F. Thomése: ‘Het beste boek zal het niet zijn, maar het meest onderschatte boek over seks in de Nederlandse literatuur is voor mij Het verboden bacchanaal van S. Vestdijk, een late roman van de oude meester, zich afspelend op één (paren)avond, bij burgers thuis, ergens in de jaren zestig, in de provincie.’ WvW, 1 februari 2012 Teleurstellende stamboom van de westerse literatuur Per 1 maart verhuist chef boeken NRC Pieter Steinz naar het Nederlands Letterenfonds. In de boekenbijlage van 27 januari maakt hij bij wijze van afscheid van zijn krant waarvoor hij 22 jaren ‘literatuurcorrespondent’ was, een balans op van de wereldliteratuur. Deze balans slaat hij neer in ‘een stamboom van de westerse literatuur’. Ook Vestdijk figureert in dit overzicht, maar helaas toont Pieter Steinz hiermee aan een beperkt kenner te zijn van het werk van Vestdijk. In zijn stamboom wil Steinz tonen welk ‘verband er tussen werken in verschillende werken en tijden’ bestaan. Het is teleurstellend dat Steinz bij zo veel beschikbare Vestdijkstudie op dit terrrein niet verder komt dan Vestdijk op de lijn te plaatsen van Shakespeare-Joyce. De chef-redacteur die volgens eigen zeggen van de verbanden in de literatuur zijn handelsmerk heeft gemaakt, laat helaas na in zijn stamboom voor de hand liggende lijnen te trekken van Vestdijk naar de Bijbel, Dostojewski, Proust, en Kafka. ‘Bronnen’ die wel in zijn stamboom voorkomen. WvW, 29 januari 2012 In memoriam: Vestdijk over Achterberg Op 17 januari 1962, vijftig jaar geleden, overleed Gerrit Achterberg. Ondanks zijn moeilijk leven noemde Vestdijk hem 'het zondagskind in onze letteren'. Over en weer hadden Achterberg en Vestdijk veel achting voor elkaar. Hun beider biograaf Wim Hazeu brengt dat ook nadrukkelijk naar voren in zijn biografieën over beide literatoren. 'Zou de mogelijkheid bestaan U eens te ontmoeten?, vroeg Achterberg aan Vestdijk op 7 oktober 1943 in een brief. Zij hebben elkaar verschillende keren ontmoet. Op 11 februari 1946 verscheen in Het Parool het essay van Vestdijk: 'Dichtkunst als magie'. Hierin uitte Vestdijk zijn mening over de dichtkunst van Achterberg. Hij schreef dat '(...) geen dichter zozeer bij machte [is] ons te doen verstaan wat "magisch" in verband met poëzie te beteekenen kan hebben als G. Achterberg'. Hij beschikte volgens Vestdijk over 'toverformules', om 'het verdriet om de gestorven geliefde' te kunnen 'bezweren'. WvW, 17 januari 2012 Vestdijks poëzie: ‘benoem niet, maar laat zien’
Poëzie is dood, wanneer zij niet meer gelezen of opnieuw uitgegeven wordt. In 2010 bracht uitgeverij Van Oorschot een exquise bloemlezing uit van Vestdijks poëzie: Een snik tot glimlach omgelogen, bezorgd door Tom van Deel. Deze bevat een fraaie keus uit Vestdijks latere werk, ‘vol van vanitas.’ Dit schrijft Frank Flippo. Hij waardeert de keuze van Van Deel omdat het ‘het karakteristieke van Vestdijks poëzie weet te onthullen.’ Flippo, die publiceert onder de naam ‘Zilvervis’ somt op: een samengaan van beeld en bespiegelingen klassieke rust en helderheid, soepel maar diepzinnig en zeer verfijnd en geraffineerd opgebouwd.’ Vestdijk beheerste de regel ‘”benoem niet, maar laat zien”, tot in de puntjes.’ Naar blog zilvervis.net WvW, 11 januari 2012 Naar berichten in 2012 2011 2010 2009/2008
|
| | © 2012 Vestdijkkring | Welkom | Contact | Gastenboek | Top | |