Actueel


Hel en Verdoemenis.

Over De Kellner en de Levenden

Op maandag 25 oktober a.s. houdt prof. dr. Panc Beentjes een lezing over De Kellner en de Levenden. De lezing maakt onderdeel uit van een door LUCE/Centrum voor Religieuze Communicatie georganiseerde lezingencyclus rond het thema ‘Hemel en Hel’.

In de christelijke traditie speelt het idee van beloning en straf een belangrijke rol en het kreeg vorm in de voorstelling van een hemel en een hel. In de hebreeuwse traditie is er ook sprake van een belonende en straffende God, maar zonder de voorstelling van een hemel en een hel. Beloning en straf  viel de mensheid in zijn aardse bestaan ten deel.

Zowel in de theologie als in de kunst hebben voorstellingen van een hemel en een hel altijd een belangrijke plaats ingenomen. In 1949 bijvoorbeeld publiceerde Simon Vestdijk zijn moderne interpretatie van Job en het Laatste Oordeel.

Nadere info is te vinden op www.luce-crc.nl

vW, 18 augustus 2010

In memoriam

Jan Blokker over Simon Vestdijk

De op 6 juli jl. overleden schrijver, columnist en scenarist Jan Blokker had een fascinatie met Vestdijk. Blokker schreef het scenario voor de verfilming van Het glinsterend pantser en voor de onlangs nog op dvd uitgebrachte tv-serie Op afbetaling.

Toch is Blokker als scenarist niet geheel aan zijn trekken gekomen, want –zo bekende hij in een interview met Joost Niemöller in Vara TV magazine (nr. 40 1998)- zijn voorkeur voor verfilming van een roman van Vestdijk lag bij Else Böhler, Duits dienstmeisje. In dat interview beschouwt Blokker zijn eigen fascinatie met Vestdijk. Over Terug tot Ina Damman bekent Blokker het ‘bijna uit zijn hoofd’ te hebben gekend. Gevraagd of er iets van dweepzucht met Vestdijk was, erkent Blokker dat je te maken had met een behoefte aan ‘rolmodellen’, maar ook ‘had Vestdijk zo ontzettend met mezelf te maken’. Dat gold zeker voor de ‘pubergevoelens’ in Terug tot Ina Damman.

Evenals in zijn columns schuwt Blokker geen ferme uitspraken. Zo noemt hij Vestdijk ‘een latent homoseksuele schrijver’, die bovendien ‘niet met vrouwen om kon gaan’ en mogelijk daarom ‘een typische mannenauteur’ was, die niet door vrouwen werd gelezen.

Blokker en Vestdijk hebben elkaar nooit ontmoet; wel onthult Blokker dat hij bij de aanvang van zijn schrijfcarrière hem een novelle wilde toesturen waarvoor hij later de Reina Prinsen Geerligsprijs heeft ontvangen. De prijs is voor een aankomend talent. Omdat Vestdijk zijn held was, schreef Blokker hem een briefje of hij hem iets mocht toesturen van zijn werk. Blokker ‘kreeg toen een klein kaartje terug met een vriendelijke, vijfregelige afwijzing. Hij had geen tijd’.

Toch mooi dat deze afwijzing geen rancune bij Blokker heeft achtergelaten, anders waren wij verstoken gebleven van zijn scenaristisch werk bij twee Vestdijk-films!

 vW, 16 juli 2010


Oproep aan de lezer: wat is uw favoriete openingszin?

Bijna drie jaar heeft de verbouwing van het Letterkundig Museum geduurd. Bij gelegenheid van de heropening van het Letterkundig Museum door Harry Mulisch op 4 maart dit voorjaar verscheen het fraai uitgegeven magazine Letter, als ging het om de aankondiging van een nieuwe lente in de literatuur. Het gaat over Het Pantheon, de nieuwe tentoonstelling in het LM waarin 100 schrijvers, samen goed voor 1000 jaar literatuur worden gepresenteerd.
Hella S. Haasse opent de rij artikelen met haar keuze uit ‘favoriete openingszinnen’. Openingszinnen zijn belangrijk voor de toonzetting. Haasse vat de openingszin ruim op, zoals blijkt uit de favoriete openingszinnen die zij geeft. Ook een openingszin van Simon Vestdijk valt bij haar in de prijzen:
‘Het was voor het eerst, dat ik mijn ouders in Freiburg een langer levensteken deed toekomen. En dan te moeten bedenken dat deze brief van leugens aan elkaar hing!’.
Met deze zin begint De hôtelier doet niet meer mee.
 
Uit dit voorbeeld blijkt dat voor Hella Haasse de openingszin ‘soms uit meerdere kortere, maar duidelijk samenhangende zinnen blijkt te bestaan’. Een dergelijke eerste zin kan een opmaat zijn voor het verhaal dat verteld gaat worden. In het voorbeeld van Vestdijk hierboven gaat het maar om twee korte zinnen, maar uit een andere keuze van Haasse blijkt de openingszin zich over een hele alinea uit te strekken (De kapellekensbaan van Louis Paul Boon).
 
De redactie roept lezers van de Vestdijkkroniek op hun favoriete openingszin in het oeuvre van Vestdijk te melden. In het volgende nummer van de kroniek zal dan een overzicht van de binnengekomen reacties worden gepubliceerd.
 
U kunt uw favoriete openingszin tot 15 december 2010, liefst voorzien van een korte toelichting (maximaal 50 woorden) insturen naar:
 
Wilbert van Walstijn
Joseph Haydnlaan 104
2324 AV Leiden
e-mail: wvanwalstijn@hotmail.com


Denken over dichten

Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis voert al enige tijd vele gesprekken met de Amsterdamse filosoof Theo de Boer (1932) over zijn passie voor poëzie. De belangstelling van De Boer gaat vooral uit naar de relatie tussen poëzie en filosofie. Hij beschouwt beide als ‘bondgenoten in ervaren werkelijkheid’. Daarom betrekt De Boer al sinds de jaren tachtig de dichtkunst bij zijn filosofische werk. In Trouw van zaterdag 19 juni verscheen de 23ste aflevering in deze boeiende serie ’Denken over dichten’ in Letter & Geest. De Boer analyseert in deze aflevering ‘Vestdijks wond, de liefde en de meesteres’ in het volgende (nagelaten) sonnet:
 
Geen wonde is zo diep als gij,-
Maar 't peilen gaat maar tot de rozen
Die voor éen zomer uitgekozen
Hun wanhoop loozen zij aan zij.
 
Bezit 'k haar dan in mijmerij?
Eén daad'loos uur,- welk bleek verpoozen!
En weer de krenkingen der rozen,
Hun roode kreuken: zoo zijt gij.
 
Vergank'lijkheid leeft nooit alleen.
Gepaard vergaat men traag, en geen
Bevel zal zoo als 't háre duren.
 
Zoodat ik, met haar lot begaan,
Den meimaand opsla van haar naam
En haar bezit in schemeruren.
 
De Boer betoogt dat Vestdijk met dit gedicht een lange traditie in de liefdespoëzie voortzet, waarin niet een bepaalde geliefde wordt bezongen, maar waarin de bezongen vrouw representatief is van een soort, of een Idee vrouw. Zij is ‘een strenge meesteres’ waarvan hij de naam opzoekt bij de meimaand. Bij Gorter is mei éen van de ‘twalef zusters’ die de maanden symbolyseren.
 
WvW, 21 juni 2010


Een snik tot glimlach omgelogen

Een nieuwe bloemlezing van gedichten van Simon Vestdijk. Gekozen en ingeleid door Tom van Deel.
Deel zes uit de bloemlezingenreeks van uitgeverij Van Oorschot.
Verschijnt binnenkort.

17 juni 2010











Boekenmarkt

Boekenmarkt in Woudrichem bij slot Loevestein op zaterdag 12 juni 2010.
Antiquariaat Martinus, Etten-Leur biedt een verzameling boeken van S. Vestdijk te
koop aan, waaronder een aantal bijzondere uitgaven en een aantal delen uit de 'zuurtjesreeks' van de Bezige Bij.


Theatervoorstelling De Kellner en de Levenden


De Kellner en de Levenden is een theatervoorstelling vrij naar de bekende roman van Simon Vestdijk. Een unieke combinatie tussen het muziektheater van het Rosa Ensemble en het cabaret van Jan Jaap van der Wal. De uitvoering maakt na de try-outs van 17 en 18 mei een tournee langs diverse theaters in Nederland. Het is een multimediale voorstelling over hemel versus hel, waarin Jan Jaap van der Wal schittert als God. Of als duivel?

Links: Rosa Ensemble  en  try-outs in theater de Roestbak in Almere

WvW/HT, 12 mei 2010



Jane Fenoulhet onderscheiden


De Britse professor Jane Fenoulhet kreeg 30 april jongstleden in Londen een lintje opgespeld door de Nederlandse ambassadeur Pim Waldeck. Zij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor haar toewijding en verrichtingen ter bevordering van Nederlandse Taal en Literatuur in de Engels sprekende wereld, of zoals ambassadeur Waldeck het verwoordde in zijn speech: ‘de globalisering van Nederlandse taaleducatie’.

Als professor Nederlandse Taal en Literatuur heeft Fenoulhet bijna zeventig publicaties op haar naam staan. Leden van de Vestdijkkring kennen haar door haar publicaties in de Vestdijkkroniek: ‘A novel within a novel within a novel ....’ (VK 19 en 20, 1978), ‘De scheppende elite’ (over Het glinsterend pantser - VK 31, 1981) en ‘Machtsspel met de lezer’ (over Het verboden bacchanaal - VK 63, 1989). In een gesprek met onze redacteur op de Koninginnedagreceptie in Londen bleek professor Fenoulhet nog steeds enthousiast Vestdijkliefhebber: ‘Het is intrigerend dat Vestdijk nog steeds zo actueel is. Ongetwijfeld komt er een heropleving van de interesse in zijn werk.’ Wie weet krijgen we in de toekomst weer eens iets van haar hand te lezen!

Link naar website ambassade in Londen

HO, 10 mei 2010


Kind tusschen vier vrouwen


Kind tusschen vier vrouwen werd in 1972, een jaar na Vestdijks dood, uitgegeven in een herspelde editie. In het najaar (september/oktober 2010) zal bij uitgeverij Atlas te Amsterdam een geheel nieuwe uitgave verschijnen in de serie Oerboek. Deze editie, bezorgd door dr. H.T.M. van Vliet, geeft de tekst van de roman voor het eerst in de oorspronkelijke spelling en interpunctie van Vestdijk: de versie van 1933. De tekst is bovendien voorzien van uitvoerig commentaar, ondersteund door talrijke illustraties. In afzonderlijke essays worden de ontstaans- en tekstgeschiedenis beschreven. En aan de hand van Terug tot Ina Damman wordt ten slotte uiteengezet hoe Vestdijk zijn oerboek tot een reeks van kleinere romans heeft omgewerkt. De productie is begonnen en zal de hele zomer in beslag nemen.
De uitgave is door uitgeverij Atlas aangekondigd als een gebonden boek voor de prijs van € 49,90.

HO, 10 mei 2010


Vestdijk in de pers

Gerrit Komrij schrijft over tekortschietende kunstkritiek in NRC Handelsblad van 6 mei 2010:

'Een begrippenpaar dat uit de gratie is geraakt is het begrippenpaar tekort en teveel. Het werd ooit, meen ik, door Simon Vestdijk geïntroduceerd. Hij had het daarbij over poëzie, met als me goed herinner, Slauerhoff als een typisch dichter van het teveel. [...] Het begrippenpaar tekort en teveel is heel bruikbaar bij het bekijken van kunst. Ik betrap me erop dat het zich vaak aandient in mijn hoofd, als ik in een galerie of een museum sta.'

Vestdijk gebruikte echter in een interview met Nol Gregoor een ander begrippenpaar, maar het komt wel op hetzelfde neer. Mogelijk dat Vestdijk het door Komrij gehanteerde onderscheid elders heeft gebruikt. Maar in het laatste interview van Nol Gregoor met Vestdijk bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, noemt Vestdijk zichzelf een kunstenaar die schept uit een gemis. Het interview is opgenomen in Maatstaf 4/5, het 'in memoriam' van augustus/september 1971. Mieke Vestdijk, die ook bij het interview aanwezig is, merkt op dat Vestdijk niet visueel is ingesteld en dat hij daarom veel beschrijven moet. Vestdijk valt Mieke dan als volgt bij: 'Om het zelf op te roepen, ongetwijfeld is dat ook zo. Ik heb voor mezelf het wel eens zo geformuleerd, dat sommige schrijvers schrijven... sommige kunstenaars scheppen uit overvloed, en anderen die scheppen uit een gemis. Dan heb ik mezelf altijd als een duidelijk voorbeeld beschouwd van het gemis.'

Vorig jaar verscheen de roman van Kees 't Hart De keizer en de astroloog. In deze roman komt de schrijver en astroloog Simon, alter ego van Simon Vestdijk, ook tot het schrijverschap vanuit zijn besef van zijn gemis, tekort, of gebrek. Zou Kees ’t Hart hierbij ook hebben gedacht aan Vestdijks eigen typering?

WvW, 7 mei 2010


Mahler en Vestdijk

Veel aandacht voor Mahler, dit jaar en volgend jaar. In 2010 is het honderdvijftig jaar geleden dat de Oostenrijkse componist Gustav Mahler werd geboren, en in 2011 is het honderd jaar geleden dat hij stierf. Er is geen Nederlandse schrijver die zo veel over hem heeft geschreven als Simon Vestdijk. In 1960 verscheen de studie van Simon Vestdijk Gustav Mahler, Over de structuur van zijn symfonisch oeuvre.

Onlangs heeft uitgeverij De Bezige Bij Vestdijks bundel Over Gustav Mahler heruitgegeven (ISBN:  978 90 234 6294 1, paperback 256 blz., prijs € 19,90). De essays worden voorafgegaan door ‘Het hemelse leven’, een lang, afwisselend verhalend en lyrisch gedicht van Ramsey Nasr over de vierde symfonie van Gustav Mahler. Van de website van de BB:

Het Concertgebouw zal in deze twee jaar alle symfonieën van Mahler ten gehore brengen, inclusief de onvoltooide tiende, onder leiding van onder anderen Mariss Jansons, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Vooral Haitink is in zijn visie op Mahler, een van zijn lievelingscomponisten, zeer beïnvloed door Simon Vestdijk, die als uitmuntend muziekkenner over alle muziek van Mahler indringende essays heeft geschreven, vooral over diens symfonieën. In Over Gustav Mahler  zijn alle essays van Simon Vestdijk over deze grote en nog altijd controversiële componist bijeengebracht.

Vestdijk heeft ook in zijn romans uitgebreid aandacht voor Mahler, zijn lievelingscomponist. Belangstellenden kunnen hiervoor ondermeer terecht in De beker van de min. Hierin beschrijft Vestdijk de ervaringen van de student Anton Wachter als deze symfonieën van Mahler hoort in het Concertgebouw.

Zonder meer intrigerend is het negende hoofdstuk in De kellner en de levenden. Het handelt over ‘Het verboden lied’. Het gaat hier om Mahlers Kindertotenlieder. Tandarts Van Schaerbeek hoort deze liederen vertolkt door een schim van zijn vrouw en brengt hem tot het schuldige inzicht dat hij zijn vrouw een muzikale carrière heeft gedwarsboomd evenals haar verlangen naar een kind. Het is een allusie op het huwelijkse leven van Gustav en Alma Mahler.

WvW, april 2010

Tevens wil ik attenderen op de waarderende bespreking van Vestdijks heruitgegeven essays over Mahler in de boekenbijlage van vrijdag 2 juli in NRC-Handelsblad door Peter de Bruijn onder de titel: De zon waar het muziekleven om draait; de wonderbaarlijke opkomst van de Mahler-waardering verklaard. De Bruijn:
'Vestdijk graaft diep, schrijft levendig en is trefzeker in zijn oordeel.'

WvW, 3 juli 2010


IN MEMORIAM FRIES DE VRIES

Toespraak van Hans van Velzen, voorzitter Vestdijkkring bij begrafenis Fries de Vries - Zorgvlied 17 november 2008

Dames en Heren, familie en vrienden van Fries,

Het is Zaterdag 8 november, de uitreiking van de Anton Wachter Prijs en de Ina Damman prijs in de Grote Kerk van Harlingen.

Het cultureel programma, werd namens de Vestdijkkring verzorgd door Fries de Vries. Op zijn eigen humoristische en docerende wijze droeg hij vol verve “Verzen aan Vestdijk gewijd” voor.

Het bleef natuurlijk niet alleen bij de verzen maar Fries had er ook nog een hele toelichting bij geschreven, plaatste het geheel in historisch perspectief en riep tot slot de aanwezigen op om niet gebukt te gaan onder de economische crisis maar de romans van Vestdijk te lezen.

En dat was dus Fries helemaal ten voeten uit zoals we hem kenden en waardeerden.

Groot was dus de schok toen we op maandag hoorden dat hij zo plotseling was overleden.

De gedachten gingen natuurlijk ook uit naar de vele activiteiten die hij voor de Vestdijkkring heeft verricht. Jaarlijks publiceerde hij wel een artikel over Vestdijk in de kroniek en op de laatste ledenvergadering heeft hij nog een verhaal gehouden over de briefwisseling tussen Vestdijk en Henriëtte van Eyk : “Wij zijn van elkaar”.

En daar was hij natuurlijk helemaal in zijn element want zoals velen van U waarschijnlijk weten woonde Fries in het voormalige huis van Henriëtte van Eyk waar Vestdijk ook vaak te gast is geweest.

Met weemoed denk ik terug aan de vele prachtige zaterdagmiddagen die we daar de afgelopen jaren hebben doorgebracht als we in de met boeken volgepakte ruimte onze bestuursvergaderingen van het Vestdijkkring hielden.

Fries en Helga trakteerden ons aan het begin op taart en aan het eind, en vaak al eerder, werd steevast het glas op de Grote Meester geheven waarvoor we tenslotte daar bijeen waren.

En er waren ook nog vele plannen voor de toekomst, Fries zou nog diverse artikelen schrijven, gedichten plaatsen en contacten leggen.

En ook zouden we eind van dit jaar, op zaterdag 20 december, zijn nieuwe dichtbundel in de bibliotheek presenteren. We kijken nog hoe we daar een andere invulling aan kunnen geven.

Kortom Fries stond nog volop in het leven en wat onvoorstelbaar dat hij er niet meer is. Maar aan de andere kant, wat een inspirerende man en wat een bruisend leven.

Ik sluit natuurlijk af met een gedicht van de Grote Meester wat Fries ook uit het hoofd kon citeren “De uiterste seconde.”



DE UITERSTE SECONDE

Voor Ans

Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.

Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ‘t sparrenbosch.

Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, -
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, -

Maar dat dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd:
De halsband los, en zij met de twee honden.

Fries, Bedankt!

Het laatste optreden van Fries de Vries

Harlingen 8 november 2008



 
Speciale aanbiedingen

Nieuwe leden die zich aanmelden krijgen zolang de voorraad strekt Mieke kiest Simon door Mieke Vestdijk-Verhoeven cadeau.

Nummers van de Vestdijkkroniek van voor 1996 zijn nog beperkt verkrijgbaar
à € 2,50 per stuk (zie onder Kroniek - Index).

Tevens zijn beschikbaar de boeken:
Simon Vest
dijk in de muziek (€ 1,00), bijdragen aan het symposium in 1985 te Leusden,
Hans Visser: Kinderjaren (€ 1,50) en
T. van Deel: Als ik tekenen kon, waarin een aantal bijdragen over Vestdijk als dichter (€ 3,50).



Willem Brakman overleden

Op 8 mei 2008 overleed de schrijver Willem Brakman waar Vestdijk tot zijn dood mee bevriend was. Ze onderhielden een uitgebreide correspondentie. Behalve met de persoon Vestdijk had Brakman ook een hechte band met diens werk. Zo maakte Brakman, die ook schilderde, een verrassende aquarel bij Vestdijks gedicht: Het geroofde lam.



 
Uit tijdschriften, dagbladen en verder…

(onder redactie van Kees Meekel, met medewerking van Marijke Blijham)

Een welgemeende aandacht voor gezond leven, eten en lezen is van alle tijden. De parelduiker 2008-1 besteedt aandacht aan de Boekenweek 1951 en natuurlijk aan het daarbij horende Boekenbal. Wim Sonneveld’s Cabaret verzorgde de avond, die werd afgesloten met een lied van Annie M.G. Schmidt. Het eerste couplet uit het leesadvies: 

Lees meer. Lees meer. Lees meer.

Eet meer Blaman, drink meer Vestdijk, lees meer Fruit.

Lees meer. Lees meer. Lees meer.

Nooit meer wandelen, nooit meer vrijen, nooit meer uit.

Verder in dit prachtblad: De tegenpool van Bloem komt aan zet in een kwatrijn voor dezelfde J.C. Bloem en wel in het liber amicorum daterend uit 1957:

De tegenpool van Bloem laat zich niet kennen.

Juichend komt hij uw bloementuin berennen.

Van Noord naar Zuid: een wiss’ling van klimaat,

Die warmte schaft om een kwatrijn te pennen.

Het kwatrijn staat in facsimile-handschrift afgedrukt met een verwijzing naar Swordplay-Wordplay, de epigrammatische dialoog tussen Adriaan Roland Holst en Vestdijk waarin Roland Holst in het openingskwatrijn 'Simon Vestdijk' verzucht: 'O, Tegenpool van Bloem! O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!'

Hiermee is een bruggetje naar het tijdschrift Lawijd snel gemaakt. In het nummer 7-2, gewijd aan Bert Bakker (1912 – 1969), komen zowel Vestdijk als Roland Holst meermalen in beeld. Van Bakker wordt de bewondering opgetekend voor de essays van Vestdijk, maar "het geld moest worden verdiend met de boekjes van Commissaris Voordewind". 


 
Trio Drie Eilanden

Op zondag 25 mei 2008 was het Trio Drie Eilanden te horen op het poëziefestival in Park Hartenstein te Oosterbeek www.hetparkvertelt.nl


Cultuurhuis Doorn

Op 22 januari 2008 werd in het Cultuurhuis te Doorn de Cantina geopend door de burgemeester van Doorn, de heer Naafs. De tekst op de muur betreft de eerste strofe van het gedicht Feuilles mortes van S.Vestdijk.

Het cahier met dit gedicht is te koop voor 2,50 euro in de Openbare Bibliotheek in het Cultuurhuis.


 

 

                                                             

| © 2010 Vestdijkkring | Welkom | Contact Gastenboek | Top |