![]() |
|
Archief Actueel 2010 Foto's prijsuitreiking Anton Wachterprijs en Ina Dammanprijs 2010 ![]() Diavoorstelling op Picasa van de foto's gemaakt door Kees Meekel bij deze gelegenheid. HT, 22 november 2010 Informatie over de prijsuitreiking van het Centraal Comité 1945 Harlingen Ina Dammanprijs 2010 gaat naar H.T.M. van Vliet Tekstediteur dr. H.T.M. van Vliet ontvangt de zesde Ina Dammanprijs voor zijn bezorging van Kind tusschen vier vrouwen.Deze editie geeft de tekst van de roman voor het eerst in de oorspronkel ijke spelling en interpunctie van
Vestdijk: de versie van 1933. De
tekst is bovendien voorzien van uitvoerig commentaar, ondersteund door
talrijke
illustraties. In afzonderlijke essays worden de ontstaans- en
tekstgeschiedenis
beschreven. De uitreiking vindt plaats op 6 november a.s. in de Grote Kerk te Harlingen, ’s middags om 14.00 uur. Toelichting De Ina Dammanprijs wordt tweejaarlijks toegekend door het bestuur van de Vestdijkkring aan personen die een opmerkelijke studie of publicatie over het werk van Vestdijk hebben uitgebracht. De uitreiking van de Ina Dammanprijs geschiedt tegelijk met de uitreiking van de Anton Wachterprijs. Ina Damman is het schoolmeisje waarop Anton, de alter ego van Simon Vestdijk, in zijn hbs-tijd in Lahringen hevig verliefd wordt. (Zie ook de pagina Ina Dammanprijs). De Anton Wachterprijs 2010 gaat naar Maartje Wortel voor haar verhalenbundel: Dit is jouw huis. vW, 4
oktober 2010 Over De
Kellner en de Levenden In de
christelijke
traditie speelt het idee van beloning en straf een belangrijke rol en
het kreeg
vorm in de voorstelling van een hemel en een hel. In de hebreeuwse
traditie is
er ook sprake van een belonende en straffende God, maar zonder de
voorstelling
van een hemel en een hel. Beloning en straf viel
de mensheid in zijn aardse bestaan ten deel. Zowel in
de theologie als
in de kunst hebben voorstellingen van een hemel en een hel altijd een
belangrijke plaats ingenomen. In 1949 bijvoorbeeld publiceerde Simon
Vestdijk
zijn moderne interpretatie van Job en het Laatste Oordeel. In memoriam Toch is Blokker als scenarist niet geheel aan zijn trekken gekomen, want –zo bekende hij in een interview met Joost Niemöller in Vara TV magazine (nr. 40 1998)- zijn voorkeur voor verfilming van een roman van Vestdijk lag bij Else Böhler, Duits dienstmeisje. In dat interview beschouwt Blokker zijn eigen fascinatie met Vestdijk. Over Terug tot Ina Damman bekent Blokker het ‘bijna uit zijn hoofd’ te hebben gekend. Gevraagd of er iets van dweepzucht met Vestdijk was, erkent Blokker dat je te maken had met een behoefte aan ‘rolmodellen’, maar ook ‘had Vestdijk zo ontzettend met mezelf te maken’. Dat gold zeker voor de ‘pubergevoelens’ in Terug tot Ina Damman. Evenals in zijn columns schuwt Blokker geen ferme uitspraken. Zo noemt hij Vestdijk ‘een latent homoseksuele schrijver’, die bovendien ‘niet met vrouwen om kon gaan’ en mogelijk daarom ‘een typische mannenauteur’ was, die niet door vrouwen werd gelezen. Blokker en Vestdijk hebben elkaar nooit ontmoet; wel onthult Blokker dat hij bij de aanvang van zijn schrijfcarrière hem een novelle wilde toesturen waarvoor hij later de Reina Prinsen Geerligsprijs heeft ontvangen. De prijs is voor een aankomend talent. Omdat Vestdijk zijn held was, schreef Blokker hem een briefje of hij hem iets mocht toesturen van zijn werk. Blokker ‘kreeg toen een klein kaartje terug met een vriendelijke, vijfregelige afwijzing. Hij had geen tijd’. Toch mooi dat deze afwijzing geen rancune bij Blokker heeft achtergelaten, anders waren wij verstoken gebleven van zijn scenaristisch werk bij twee Vestdijk-films! Oproep aan de lezer: wat is uw favoriete openingszin? Hella S. Haasse opent de rij artikelen met haar keuze uit ‘favoriete openingszinnen’. Openingszinnen zijn belangrijk voor de toonzetting. Haasse vat de openingszin ruim op, zoals blijkt uit de favoriete openingszinnen die zij geeft. Ook een openingszin van Simon Vestdijk valt bij haar in de prijzen: ‘Het was voor het eerst, dat ik mijn ouders in Freiburg een langer levensteken deed toekomen. En dan te moeten bedenken dat deze brief van leugens aan elkaar hing!’. Met deze zin begint De hôtelier doet niet meer mee. Uit dit voorbeeld blijkt dat voor Hella Haasse de openingszin ‘soms uit meerdere kortere, maar duidelijk samenhangende zinnen blijkt te bestaan’. Een dergelijke eerste zin kan een opmaat zijn voor het verhaal dat verteld gaat worden. In het voorbeeld van Vestdijk hierboven gaat het maar om twee korte zinnen, maar uit een andere keuze van Haasse blijkt de openingszin zich over een hele alinea uit te strekken (De kapellekensbaan van Louis Paul Boon). De redactie roept lezers van de Vestdijkkroniek op hun favoriete openingszin in het oeuvre van Vestdijk te melden. In het volgende nummer van de kroniek zal dan een overzicht van de binnengekomen reacties worden gepubliceerd. U kunt uw favoriete openingszin tot 15 december 2010, liefst voorzien van een korte toelichting (maximaal 50 woorden) insturen naar: Wilbert van Walstijn Joseph Haydnlaan 104 2324 AV Leiden e-mail: wvanwalstijn@hotmail.com Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis voert al enige tijd vele gesprekken met de Amsterdamse filosoof Theo de Boer (1932) over zijn passie voor poëzie. De belangstelling van De Boer gaat vooral uit naar de relatie tussen poëzie en filosofie. Hij beschouwt beide als ‘bondgenoten in ervaren werkelijkheid’. Daarom betrekt De Boer al sinds de jaren tachtig de dichtkunst bij zijn filosofische werk. In Trouw van zaterdag 19 juni verscheen de 23ste aflevering in deze boeiende serie ’Denken over dichten’ in Letter & Geest. De Boer analyseert in deze aflevering ‘Vestdijks wond, de liefde en de meesteres’ in het volgende (nagelaten) sonnet: Geen wonde is zo diep als gij,- Maar 't peilen gaat maar tot de rozen Die voor éen zomer uitgekozen Hun wanhoop loozen zij aan zij. Bezit 'k haar dan in mijmerij? Eén daad'loos uur,- welk bleek verpoozen! En weer de krenkingen der rozen, Hun roode kreuken: zoo zijt gij. Vergank'lijkheid leeft nooit alleen. Gepaard vergaat men traag, en geen Bevel zal zoo als 't háre duren. Zoodat ik, met haar lot begaan, Den meimaand opsla van haar naam En haar bezit in schemeruren. De Boer betoogt dat Vestdijk met dit gedicht een lange traditie in de liefdespoëzie voortzet, waarin niet een bepaalde geliefde wordt bezongen, maar waarin de bezongen vrouw representatief is van een soort, of een Idee vrouw. Zij is ‘een strenge meesteres’ waarvan hij de naam opzoekt bij de meimaand. Bij Gorter is mei éen van de ‘twalef zusters’ die de maanden symbolyseren. WvW, 21 juni 2010 Een snik tot glimlach omgelogen Een
nieuwe bloemlezing van gedichten van Simon Vestdijk. Gekozen en
ingeleid door Tom van Deel. Deel zes uit de bloemlezingenreeks van uitgeverij Van Oorschot. Verschijnt binnenkort. 17 juni 2010 NB: in september 2010 verschenen. Zie site van Oorschot met de inleiding van T. van Deel Een kritiek op deze bundel van Huub Beurskens op de website van De Reactor: Apollinische Barok Boekenmarkt Boekenmarkt in Woudrichem bij slot
Loevestein op zaterdag 12 juni 2010.
Antiquariaat Martinus, Etten-Leur biedt een
verzameling boeken van S. Vestdijk te
koop aan, waaronder een aantal bijzondere uitgaven en een aantal delen uit de 'zuurtjesreeks' van de Bezige Bij. Theatervoorstelling De Kellner en de Levenden De Kellner en de Levenden
is een theatervoorstelling vrij naar de bekende roman van Simon
Vestdijk. Een unieke combinatie tussen het muziektheater van het Rosa
Ensemble en het cabaret van Jan Jaap van der Wal. De uitvoering
maakt na de try-outs van 17 en 18 mei een tournee langs diverse
theaters in Nederland.
Het is een multimediale voorstelling over hemel versus hel, waarin Jan
Jaap van der Wal schittert als God. Of als duivel? Links: Rosa Ensemble en try-outs in theater de Roestbak in Almere WvW/HT, 12 mei 2010 De Britse professor Jane Fenoulhet kreeg 30 april jongstleden in Londen een lintje opgespeld door de Nederlandse ambassadeur Pim Waldeck. Zij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor haar toewijding en verrichtingen ter bevordering van Nederlandse Taal en Literatuur in de Engels sprekende wereld, of zoals ambassadeur Waldeck het verwoordde in zijn speech: ‘de globalisering van Nederlandse taaleducatie’. Als professor Nederlandse Taal en Literatuur heeft Fenoulhet bijna zeventig publicaties op haar naam staan. Leden van de Vestdijkkring kennen haar door haar publicaties in de Vestdijkkroniek: ‘A novel within a novel within a novel ....’ (VK 19 en 20, 1978), ‘De scheppende elite’ (over Het glinsterend pantser - VK 31, 1981) en ‘Machtsspel met de lezer’ (over Het verboden bacchanaal - VK 63, 1989). In een gesprek met onze redacteur op de Koninginnedagreceptie in Londen bleek professor Fenoulhet nog steeds enthousiast Vestdijkliefhebber: ‘Het is intrigerend dat Vestdijk nog steeds zo actueel is. Ongetwijfeld komt er een heropleving van de interesse in zijn werk.’ Wie weet krijgen we in de toekomst weer eens iets van haar hand te lezen! Link naar website ambassade in Londen HO,
10 mei 2010 Kind tusschen vier vrouwen werd
in 1972, een jaar na Vestdijks dood, uitgegeven in een herspelde
editie. In het najaar (september/oktober 2010) zal bij uitgeverij
Atlas te Amsterdam een geheel nieuwe uitgave verschijnen in de serie
Oerboek. Deze editie, bezorgd door dr. H.T.M. van Vliet, geeft de
tekst van de roman voor het eerst in de oorspronkelijke spelling en
interpunctie van Vestdijk: de versie van 1933. De tekst is bovendien
voorzien van uitvoerig commentaar, ondersteund door talrijke
illustraties. In afzonderlijke essays worden de ontstaans- en
tekstgeschiedenis beschreven. En aan de hand van Terug tot Ina
Damman wordt ten slotte uiteengezet hoe Vestdijk zijn oerboek tot
een reeks van kleinere romans heeft omgewerkt. De productie is
begonnen en zal de hele zomer in beslag nemen. De prijs genoemd door uitgeverij Atlas voor een gebonden boek is € 69,90. Meer informatie van uitgeverij Atlas. HO, 10 mei 2010 (bijgewerkt HT, 20 november 2010) Maarten 't Hart over Kind tusschen vier vrouwen op Youtube Gerrit Komrij
schrijft over tekortschietende kunstkritiek
in NRC
Handelsblad van 6 mei 2010: 'Een
begrippenpaar dat uit de gratie is geraakt is het
begrippenpaar tekort en teveel. Het werd ooit, meen ik, door Simon
Vestdijk
geïntroduceerd. Hij had het daarbij over poëzie, met als me goed
herinner,
Slauerhoff als een typisch dichter van het teveel. [...] Het
begrippenpaar
tekort en teveel is heel bruikbaar bij het bekijken van kunst. Ik
betrap me
erop dat het zich vaak aandient in mijn hoofd, als ik in een galerie of
een
museum sta.'
WvW, 7 mei 2010
Onlangs heeft uitgeverij De Bezige Bij Vestdijks bundel Over Gustav Mahler heruitgegeven (ISBN: 978 90 234 6294 1, paperback 256 blz., prijs € 19,90). De essays worden voorafgegaan door ‘Het hemelse leven’, een lang, afwisselend verhalend en lyrisch gedicht van Ramsey Nasr over de vierde symfonie van Gustav Mahler. Van de website van de BB: Het Concertgebouw zal in deze twee jaar alle symfonieën van Mahler ten gehore brengen, inclusief de onvoltooide tiende, onder leiding van onder anderen Mariss Jansons, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Vooral Haitink is in zijn visie op Mahler, een van zijn lievelingscomponisten, zeer beïnvloed door Simon Vestdijk, die als uitmuntend muziekkenner over alle muziek van Mahler indringende essays heeft geschreven, vooral over diens symfonieën. In Over Gustav Mahler zijn alle essays van Simon Vestdijk over deze grote en nog altijd controversiële componist bijeengebracht. Vestdijk heeft ook in zijn romans uitgebreid aandacht voor Mahler, zijn lievelingscomponist. Belangstellenden kunnen hiervoor ondermeer terecht in De beker van de min. Hierin beschrijft Vestdijk de ervaringen van de student Anton Wachter als deze symfonieën van Mahler hoort in het Concertgebouw. Zonder meer intrigerend is het negende hoofdstuk in De kellner en de levenden. Het handelt over ‘Het verboden lied’. Het gaat hier om Mahlers Kindertotenlieder. Tandarts Van Schaerbeek hoort deze liederen vertolkt door een schim van zijn vrouw en brengt hem tot het schuldige inzicht dat hij zijn vrouw een muzikale carrière heeft gedwarsboomd evenals haar verlangen naar een kind. Het is een allusie op het huwelijkse leven van Gustav en Alma Mahler. WvW, april 2010 Tevens
wil ik attenderen op de waarderende bespreking van Vestdijks
heruitgegeven essays over Mahler in de boekenbijlage van vrijdag 2 juli
in NRC-Handelsblad door Peter de Bruijn onder de titel: De zon waar het
muziekleven om draait; de wonderbaarlijke opkomst van de
Mahler-waardering verklaard. De Bruijn: WvW, 3
juli 2010 Naar berichten in 2012 2011 2010 2009/2008
|
| | © 2012 Vestdijkkring | Welkom | Contact | Gastenboek | Top | |